Nieuwsbrief

Artikelen

Heeft het beeldverhaal nog toekomst? Dat ligt er aan wie je het vraagt, en vooral hoe

Onderstaande tekst verscheen eerder als column in Zone 5300, behalve het nawoord dat op 1 oktober werd toegevoegd.

bananendoosHalf mei publiceerde Jan Venselaar op 9e Kunst een informatief en uitgebreid artikel, prikkelend getiteld Heeft het beeldverhaal in Nederland nog toekomst? Een inventarisatie van knelpunten en kansen.

Voor wie het gemist heeft in een notendop: Er is al lang discussie over de teruglopende belangstelling en waardering voor strips. De afgelopen jaren zijn verschillende initiatieven geweest om het beeldverhaal te promoten en de waardering te stimuleren, maar het is de vraag of dat iets heeft opgeleverd voor de langere termijn. Venselaar bepleit om eerst op een rij te zetten welke problemen en mogelijkheden er zijn, voor er nieuwe initiatieven worden ondernomen. Daartoe interviewde hij vijftien mensen uit de Nederlandse stripwereld en schreef aan de hand daarvan een verslag: Toekomst voor het beeldverhaal. Een eerste inventarisatie van meningen en visies.

Voor de goede orde nog eens: een vraagstelling, vijftien interviews en een inventarisatie. Venselaar draait er in zijn verslag niet omheen. Vrijwel alle geïnterviewden zijn van mening dat het slecht gaat met het beeldverhaal in Nederland. Daarvoor wordt een aantal redenen genoemd, namelijk de geringe acceptatie van de strip als volwaardig verhalend medium; de steeds verder slinkende rol van stripboeken, door het toegenomen aanbod van andere media en amusement; onvoldoende verbreding en vernieuwing qua inhoud, vorm en aanbod om in te spelen op de veranderende vraag vanuit de maatschappij, en de versnippering en het gebrek aan samenwerking en professionaliteit in het Nederlandse striplandschap.

Zo groot(hartig) is de vaderlandse stripwereld nu ook weer niet

De onmiddellijke reacties waren niet mals. Eerst werd er een halszaak gemaakt van de vijftien anonieme geïnterviewden. Dat kón toch gewoon niet? Hoe kun je kritiek hebben als je niet eens de moed hebt om ervoor uit te komen? En daarbij: wat een belachelijke kritiek was het! Het “rapport” werd doorgezaagd, klein gemaakt en in de allesbrander geschoven. Ergens lieten de critici daarmee al zien dat er iets voor anonimiteit te zeggen is. Zo groot(hartig) is de vaderlandse stripwereld nu ook weer niet.

Even interessant waren de weerwoorden, die voor een deel ook op 9e Kunst werden gepubliceerd, maar die vooral op Facebook te lezen waren – daar waar het vrijblijvende roepen en uitputtend inhaken op alles wat langskomt tot kunst is verheven. De voorzichtige conclusies, eerste aanbevelingen en aanzetjes tot verdere discussie van het verslag-Venselaar waren namelijk fout en gaven blijk van totaal gebrek aan inzicht. Even bijzonder als gebruikelijk: daar bleef het bij. Want nadat de kruitdampen waren opgetrokken en iedereen zijn of haar zegje had gedaan, ging men weer over tot de orde van de dag. Blijkbaar was het dan wel belangrijk om even flink van leer te trekken, maar ook weer niet zó vreselijk belangrijk om ook werkelijk een zinnige discussie in gang te zetten, of zelfs maar naar elkaar te luisteren.

Ergens begrijpelijk, want zeg eens eerlijk: wat maakt het uit? Oké, er gaan steeds meer stripwinkels weg, maar ach, er verschijnt geen strip minder om. Alles wordt ouder, krapper en grijzer, maar dat hoort bij het leven. Er zijn nog steeds genoeg uitgevers, winkels, stripbladen, festivals, liefhebbers; dat loopt wel los. Daarbij komt dat deze discussie er al zo lang is, dus waarom zouden we er nu ineens zo’n punt van maken?

In alle navels schijnt de zon

Bovendien – zo kon iedereen lezen – ligt veel buiten de macht van de stripwereld, die je nauwelijks iets kunt aanrekenen. Gemakkelijk? Vast, maar het is even niet anders. Dat de acceptatie en emancipatie van de strip niet zo rap vordert, ligt aan de media die er maar geen aandacht aan wil besteden. Dat de jeugd er geen bal meer aan vindt en afhaakt in de middelbareschoolleeftijd ligt niet aan ons maar aan games en internet, en dat hou je toch niet tegen. En als het over verbreding en vernieuwing gaat, dan komen de critici plompverloren aanzetten met live tekenen op congressen, en wat een waanzinnige duw dat geeft aan de vaderlandse stripmarkt. O ja, en ieder individueel succesje is natuurlijk een voorbeeld van hoe goed het gaat in het grotere geheel. In alle navels schijnt de zon.

Alleen bij het gebrek aan samenwerking past men het stemvolume aan en lijkt er ineens een redelijk gesprek mogelijk: dat kan namelijk inderdaad wel wat beter. Iedereen weet van de eilandjes en de solisten die gewoon lekker hun eigen gang gaan. Samenwerken zit niet echt in de genen van het nijdige, anarchistische stripwereldje dat bevolkt wordt door kooplui, vrije ondernemers, bestuurdertjes en lieve liefhebbers met wat extra tijd om handen. Daardoor ontbreekt een effectieve, krachtige stem die namens de stripwereld spreekt en kan overtuigen – maar dat is feitelijk nooit anders geweest.

En dan nog. Wat beter kan hoeft niet meteen opgepakt te worden, zo zien we aan de reacties op het veldwerk van Venselaar. Liever trekt men zich bozig terug in het eigen gelijk. Negeren is gemakkelijk zolang het gaat zoals het gaat. Staat alles op omvallen dan? Nee toch?

Wie de cirkel ontdekt, ziet waar het aan mankeert.

 


Nawoord

Lezers verwarren een column nogal eens met een nieuwsbericht, zij halen feiten en meningen door elkaar. Wat hierboven is geschreven is een enkele mening – van de columnist – naar aanleiding van een discussie die in alle openheid is gevoerd. In die discussie (die is na te lezen op 9e Kunst, begin hier) werden de meningen ook keurig van de feiten gescheiden. Tenminste, voor wie goed leest.

Een column staat bekend om zijn prikkelende vorm, de mijne in ieder geval. Ik wil dingen op scherp zetten, reacties losmaken, energie aanwakkeren. Dat doe ik vaker: meestal met een schop onder de kont, nooit met een klap in het gezicht. Dat is een belangrijk onderscheid: het is de dunne lijn tussen opjutten en beledigen, tussen motiveren en afkappen.

Ik vind zoiets als de toekomst van de strip in Nederland een te belangrijk onderwerp om de schouders over op te halen – de markt, de beroepsgroep, de kunstvorm. En ik heb een mening over hoe de zogenoemde discussie-Venselaar werd gevoerd, hier en op Facebook. Ik spreek nadrukkelijk in de verleden tijd, want het is alweer een poosje stil: precies wat we niet kunnen gebruiken.

Er kwamen nogal wat reacties nadat deze column verscheen in Zone 5300, begin september. De Zone-redactie nam zowaar de ongebruikelijke, zelden vertoonde stap om in hetzelfde nummer alvast een reactie te publiceren in het redactioneel. Hopelijk houdt deze discussie nog een tijdje aan en zorgt die ervoor dat er gaandeweg werkelijk dingen gaan veranderen: dat mensen en clubjes de handen ineen slaan, naar elkaar luisteren en vooral zien dat eigenlijk iedereen hetzelfde nastreeft.

Over handen gesproken: 9e Kunst steekt naar iedereen de hand uit. We zijn met veel, en denken én doen (!) graag mee. We houden jullie op de hoogte.

SN