Artikelen

Promoveren op historische strips: realisme in soorten en maten

Op Allerheiligen, oftewel 1 november, verdedigde Rik Spanjers zijn proefschrift in de stemmige aula van de Universiteit van Amsterdam, waar vroeger de Lutherse Kerk was gevestigd: Comics Realism and the Maus event: Comics and the Dynamics of Worlds War II Remembrance. Stripliefhebbers kennen zijn naam vooral van artikelen in Stripschrift en Aniway, voor academici is hij bekend om zijn onderzoek naar de ambities van het historische beeldverhaal. Voor we het daarover gaan hebben, eerst iets anders.

De relatie strips en hooggeleerdheid bestaat al langer. Tekenaar Tita Larasati promoveerde in 2007 aan de Technische Universiteit van Delft op het duurzaam gebruik van bamboe in de Indonesische woningbouw. Wat dat met strip te maken heeft? Tita voegde aan haar proefschrift een boekje toe waarin ze met tekeningen – bedoeld voor laaggeletterde lezers – uitlegt hoe je met bamboe aan de slag kunt. In 2012 promoveerde Rudi de Vries, bestuurslid van het toenmalige Stripmuseum, aan de Rijksuniversiteit Groningen op een onderzoek naar het functioneren van Nederlandse en Vlaamse stripuitgeverijen. De titel van zijn dissertatie luidde: Comics and Co-evolutions – A Study of the Dynamics in the Niche of Comics Publishers in the Low Countries. Dit was het eerste door een Nederlander geschreven proefschrift over strips*, eerder promoveerde de Amerikaan Dan Hassler-Forest aan de UvA op superheldenstrips en hun verwantschap met conservatieve denkbeelden in de Amerikaanse politiek. Aan diezelfde universiteit behaalt Rik Spanjers (1985) nu dus een doctoraat met zijn onderzoek Comics Realism and the Maus Event: Comics and the Dynamics of World War II Remembrance. Heel kort gezegd: over de verbeelding van de Tweede Wereldoorlog in strips en de rol die realisme daarbij speelt.

Het startpunt van Spanjers is Art Spiegelmans monumentaal geworden grafische roman Maus, die bestaat uit de twee delen My Father Bleeds History (‘Mijn vader bloedt geschiedenis’) en And Here My Troubles Began (‘En hier begon mijn ellende’), ontstaan en voltooid tussen 1972 en 1992. Dit stripboek was op allerlei niveaus baanbrekend en er is zo ontzettend veel over geschreven dat Spanjers op bladzijde 59 een speciale grafiek heeft toegevoegd: ‘Fig. 6: Cumulative number of pages written on Maus in academia between 1987 and 2016’. De grafiek toont een steile, grijze klif die in abstracto weergeeft hoeveel artikelen, essays en studies aan het werk zijn gewijd. In 2011 verscheen ook nog eens MetaMaus: A Look Inside a Modern Classic, waarin Spiegelman zelf uitgebreid terugkomt op de hausse die hij heeft veroorzaakt. Vandaar dat Spanjers het in de titel van zijn dissertatie heeft over the Maus Event: een boek als een komeet, dat ervoor gezorgd heeft dat zowel de graphic novel in het algemeen als de historische strip in het bijzonder in één klap status kreeg en respect afdwong in de ogen van verstokte skeptici. Zoals Spanjers het formuleert in zijn (in het Engels geschreven) studie: “The popular and critical success of Maus changed the perception of comics’ abilities for historical representation.”

De Tweede Wereldoorlog is niet één verhaal, maar een vlechtwerk van vele verhalen in vele stijlen, technieken en vertelperspectieven. Striptekenaars hebben aan dat vlechtwerk decennialang bijgedragen met hun eigen kleurrijke draden, waarbij meestal werd gekozen voor een realistische tekenstijl omdat deze een schijn van objectiviteit heeft die past bij het ernstige onderwerp. Daarmee zijn we al meteen beland bij het heikele punt van Spanjers’ dissertatie, want wat is dat eigenlijk, realisme? Hij merkt op dat historische strips qua geloofwaardigheid de schijn tegen hebben juist omdat ze zijn getekend, omdat een tekening wordt gezien als een persoonlijke en niet bepaald objectiverende weergave van een gebeurtenis. Het striprealisme zelf is overigens niet een enkelvoudig ding, maar kent gradaties die variëren van fotorealisme (zie bijvoorbeeld Judenhass van Dave Sim, dat bestaat uit overgetekende foto’s) naar schematisme, waarbij de werkelijkheid meer gestileerd wordt weergegeven, bijvoorbeeld met de Klare Lijn van Eric Heuvel in De Ontdekking en De Zoektocht.

In de manieren waarop de oorlog wordt verbeeld onderscheidt Spanjers verder drie soorten realisme. Er is de subjectieve modus, waarbij een hoofdpersoon over zijn of haar eigen ervaringen vertelt. Dan is er de historiografische modus, die gebruik maakt van geschreven bronnen zoals geschiedkundigen dat traditiegetrouw altijd hebben gedaan. En er is de mechanische modus, waarbij technologie in de vorm van film en fotografie een rol speelt. De rijkdom van bepaalde oorlogstrips, zegt Spanjers, bestaat uit hun meerstemmigheid: er worden meerdere realismen naast elkaar gebruikt, het zijn ‘collages’ waarin verschillende soorten beeld èn verschillende soorten tekst naast elkaar voorkomen.

Om dit te illustreren en te onderbouwen heeft de onderzoeker close reading toegepast op drie bekende striptitels: Kraut van Peter Pontiac, Magneto: Testament van Greg Pak en Carmine Di Giandomenico, en Onward Towards Our Noble Deaths van Shigeru Mizuki. Ik zal Spanjers lange verhaal indikken en me beperken tot het boek van mijn broer over mijn vader, Kraut dus, waarin Peter Pollmann uit een heel scala van bronnen heeft geput om het levensverhaal van Joop Pollmann te kunnen vertellen. Bladeren door de ruim 200 pagina’s zie ik eerst het geknipte silhouet van mijn vader, in 1959 vervaardigd door W. Lever, gevolgd door een sigarettendoosje met daarop een notitie in balpen van Will Eisner. Dan kom ik een atlaskaartje van Curaçao tegen, plus een hand die is geleend uit de strip Oscar en Isidoor. Dan volgt er een officieel schrijven van de Antilliaanse politie. Een reclamebordje van Budget Car and Truck Rental. Een flard uit een encyclopedie. Handschrift van mijn vader, afkomstig uit een brief. Krantenartikelen. Nagetekende trouwfoto’s. Gereproduceerde boekomslagen. Etcetera.
Verschillende soorten beeld, verschillende soorten tekst. Alleen al op het omslag zijn vier typografische varianten te onderscheiden. Naast Pontiacs eigen tekeningen en zijn eigen handschrift wordt er dus een uitgebreid scala aan bronnen aangeboord om de authenticiteit van het vertelde te ondersteunen. Omdat Kraut is opgezet als een brief aan mijn vader heeft Pontiac er koppig voor gekozen – tegen de wil van de uitgever – om alle teksten in zijn eigen handschrift rond de afbeeldingen te plaatsen, als één reusachtig commentaar. (Pikant detail: de Nederlandse vertaling van Maus is geletterd door Pontiac.) Dat vergt enige ontcijfering, en dat is ook precies de bedoeling, want een gecompliceerd levensverhaal kun je niet kant-en-klaar tevoorschijn toveren.

In zijn dissertatie besteedt Spanjers veel aandacht aan het feit dat er in historische strips meerdere registers worden opengetrokken: “One of the central goals of this thesis is to argue against the simplification of comics representation into a univocal image-text relation by demonstrating how historical comics combine a wide range of different kinds of images and texts and by doing so explore and interrogate the possibilities and limits of historical representation in comics form.” Bij het oproepen van het verleden ziet hij als grootste kracht van het stripmedium dat er verschillende soorten realisme kunnen worden gecombineerd.

Hij citeert de Franse filosoof Roland Barthes, die zei dat de geschiedenis voor altijd buiten ons bereik blijft omdat we gevangen zijn in een eindeloze keten van representaties: wat we laten zien is nooit de werkelijkheid, maar altijd een afbeelding van een werkelijkheid. Spanjers erkent dat, maar voegt er optimistisch aan toe: “Uit alle werken die ik in dit proefschrift analyseer spreekt een verlangen om een connectie met het verleden te herstellen. […] Door te analyseren hoe het medium strip makers in staat stelt verschillende manieren om het verleden te representeren naast elkaar in te zetten, laat ik zien dat het vermogen tot historische representatie van strip breder is dan vaak wordt aangenomen.”

Overigens: de kritische professoren die Rik Spanjers in de aula van de UvA aan de tand moesten voelen, waren het over één ding unaniem eens: dat zijn proefschrift goed is geschreven, helder en zonder jargon. Voor de lezer is vooral dat laatste wel zo prettig. Helaas is de handelseditie nog niet verkrijgbaar. De auteur heeft de uiterst gelimiteerde editie die er nu ligt zelf moeten betalen (er zijn er 36 van gemaakt) en gaat nu eerst aankloppen bij de University Press of Mississippi of die misschien geïnteresseerd is in een uitgave. Nederlandse uitgevers mogen zich ook aanmelden, natuurlijk.

* Voor de volledigheid: Barbara Postema is in 2010 in de Verenigde Staten gepromoveerd op Mind the Gap: Absence as Signifying Function in Comics, en Joris Vermassen verdedigde in 2018 in Gent zijn dissertatie Heilige tekst, goddeloos beeld, over de gespannen relatie tussen sacrale woorden en profane tekeningen.