Nieuwsbrief

Artikelen

“Een scenario? Dat vraag ik aan mijn moeder!”

De titel van dit artikel is een boude uitspraak. Een mens wordt er zowaar even sprakeloos van. Het illustreert hoe sommigen denken over het schrijven van scenario’s en bij uitbreiding over het belang van een goed verhaal. Of nog, hoe het werk van een schrijver gewaardeerd wordt. Het is een uitspraak die misprijzen verraadt en volgens mij een uppercut verdient. Al kan uw moeder schrijven – en is er met wat verbeeldingskracht zelfs een scenario in te zien – het is nog maar de vraag of een lezer daar enige structuur of een verhaal in ontdekt. Laat staan dat hij of zij er ook nog plezier aan beleeft.

Bij besprekingen van films, televisieseries, theatervoorstellingen, musicals en strips – kortom alles wat ook zichtbaar een verhaal vertelt – valt vaak op hoeveel aandacht het visuele aspect krijgt. Er wordt gesproken over speciale effecten, de prestaties van acteurs, het talent van regisseur en cameraman, de poëtische montage of, bij strips in het bijzonder, het uitzonderlijke talent (dan wel de slordigheid) van een striptekenaar. Terwijl het – wees even heel eerlijk – toch altijd maar om één ding draait, datgene wat alles samenhoudt: het verhaal.

Een goed idee, een vernuftig concept, de uitvoering … Het betekent allemaal niets zónder het verhaal. Ideeën of concepten zijn immers nooit uniek. Het zou allemaal zelfs niet bestaan zonder het verhaal en daar wordt niet altijd even goed op ingezoomd. Het metier van een schrijver wordt in ons land zwaar onderschat en helaas ook al te dikwijls ondergewaardeerd.

Alles is een verhaal. Maar het goed neerschrijven is van een heel andere orde.

Wie denkt dat schrijven een makkie is, moet zelf maar eens aan een verhaal beginnen. Het doet er niet toe wat je wil vertellen. Vertel maar om het even wat. Tenslotte is alles een verhaal. Maar een verhaal goed neerschrijven is van een heel andere orde. Je zal snel vaststellen dat dat heel moeilijk is. Probeer maar eens, en kijk hoe ver je raakt.

Vaak stokt het al bij de eerste vragen: “Welk verhaal wil ik precies vertellen? Waarover gaat het?” Maar goed: zet even door en verzin maar iets. Begin er dan aan. Die eerste zin zal wel lukken, de tweede misschien ook. “En dan? Hoe verloopt het verder? Wat gebeurt er daarna?” Wedden dat je nog binnen het kwartier zal merken dat het veel moeilijker wordt, dat je niet duidelijk weet waar het heen moet? Belangrijker nog: weet je eigenlijk wel hoe het zal aflopen?

Nog steeds gemotiveerd? Goed, dan schuilt er misschien toch ergens een schrijver in jou. Lukt het? Zet dan door. Lukt het niet, stop er dan maar mee. Maar wees vooral niet ontmoedigd. Schrijven kan je leren. Schrijven is immers een vak. Een ambacht, zo je wil. Schrijven gebeurt in verschillende stadia. Af en toe levert het inderdaad artistieke parels op, maar zeker niet altijd.

“Er is niets moeilijks aan schrijven. Al wat je moet doen is aan een schrijfmachine gaan zitten en bloeden.”

Of bovenstaande uitspraak nu van Ernest Hemingway komt dan wel van de columnist Red Smith doet nu niet ter zake. Belangrijker is dat ze de emotionele en technische essentie van het schrijven goed verwoordt. Je wordt geen ernstig schrijver als je niet van plan bent om er hard voor te werken. Schrijven is metaforisch inderdaad jezelf een ader opensnijden en beginnen te bloeden. De lezer herkent intuïtief en onmiddellijk wie heeft gebloed en wie zijn of haar woorden op een blad papier heeft uitgebraakt. Het verschil is meestal heel erg duidelijk. Schrijven is werken. Hard werken. Niet meer, maar in elk geval niet minder.

Het moeilijkste aan het schrijven van een verhaal is ongetwijfeld weten waarover het gaat. Dat kan niemand jou vertellen. Als jij het al niet weet, wie dan wel? Wie zijn onderwerp scherp en helder kan formuleren, heeft al een zeer belangrijke stap gezet. Het tweede waarover je dan moet nadenken is de vorm. Wat wil je schrijven? Een roman, een theaterstuk, een musical of een scenario? Elke vorm heeft immers zijn karakteristieke wetmatigheden. Die zijn niet zomaar één-op-één over te zetten. Dat geldt dus ook voor een stripscenario.

Een stripscenario vraagt om een zeer specifieke vorm van schrijven. Het drijft op actie en dialoog, en volgt een heldere, strakke, narratieve lijn van gebeurtenissen waarin een duidelijk begin, midden en einde zit. Maar die wordt daarom niet noodzakelijk in die volgorde aangeboden. Het gaat altijd vooruit, richting ontknoping. Elke gebeurtenis veroorzaakt andere gebeurtenissen, zelfs al wordt het verhaal in flashbacks verteld.

Zodra je duidelijk hebt geformuleerd waar het verhaal over gaat, kan het nog best lang duren tot je die omschrijving kan reduceren tot een functionele beschrijving. Die is het resultaat van een complexe puzzel van onderwerp, personages, gebeurtenissen en alle verwikkelingen die een causaal verband moeten hebben. Zo’n beschrijving formuleren vraagt niet alleen tijd. Ze vraagt ook onderzoek. Want het moet ook allemaal kloppen. Elk verhaal moet immers altijd geloofwaardig blijven. Alleen geloofwaardigheid brengt een verhaal tot leven.

Schrijven is geen wandeling in het park

Ondertussen is er nog geen letter op papier gezet. Maar de schrijver heeft wel al uren, misschien zelfs dagen zijn gedachten in duizend bochten gedwongen. Hij heeft al evenveel plotlijnen uitgezet als weggegooid. Het klinkt weinig aantrekkelijk, maar het is wel een noodzakelijk deel van het werk. Als het daadwerkelijke schrijven begint, word je geconfronteerd met het witte blad. Voor sommigen werkt dat witte blad verlammend. Soms is dit obstakel zo groot dat ze er hier al de brui aan geven. Daar moet niemand misprijzend over doen. Schrijven is immers geen wandeling in het park. Het vraagt om ijzeren discipline en meer dan een flinke dosis doorzettingsvermogen. Het is dagelijks werken, vijf of zes dagen per week. Net zoals elke andere baan. Schrijven doe je uren aan een stuk. Voor wie dat niet gelooft, volstaat het om het eens aan een schrijver te vragen. Als die antwoordt dat “het er heus zo niet aan toe gaat” en dat het veeleer een bohemienbestaan is waarin je alleen maar schrijft als de stream of consciousness je inspiratie levert, stel hem of haar dan ook de vraag hoeveel verhalen hij of zij per jaar publiceert. Hoeveel verhalen vinden daadwerkelijk hun weg naar een uitgever en een publiek?

Wat onderscheidt dan een goede van een slechte(re) schrijver? In de meeste gevallen is het antwoord eenvoudig: de kwaliteit van het verhaal. Die is meestal recht evenredig aan het werk dat de schrijver erin heeft gestoken. Zo is het. 

Het heeft bitter weinig zin om aan een verhaal te beginnen als je niet weet hoe het einde eruitziet

Een verhaal schrijven is een proces in verschillende stappen. Het is belangrijk om die allemaal goed voor te bereiden en er geen enkele over te slaan. Het is makkelijker samen te vatten dan uit te voeren, maar het is en blijft noodzakelijk. Vertrouw ook op dat proces. Het werkt. Begin met wat aan de grondslag van het verhaal ligt en hoe dat afloopt. Het belang om te weten hoe een verhaal afloopt is zelfs zo groot dat je het moet weten voor je aan het schrijven zelf begint. Het heeft bitter weinig zin om aan een verhaal te beginnen als je niet weet hoe het einde eruitziet. Je zal alleen maar de weg verliezen.

Wie beweert dat het geen noodzaak is, moet er maar eens wat vakliteratuur op naslaan. Formuleer ook glashelder het idee dat achter het verhaal steekt. Breek dat idee in stukken. Beschrijf het onderwerp en bepaalde thema’s. Zorg voor een setting en plaats daarin alle personages, hun motieven en de gebeurtenissen. Zet daarna een structuur uit. Die zorgt voor de context waarin alles zich afspeelt.

Geen enkel verhaal blijft overeind zonder conflict

Die context kan je het beste vergelijken met een doos of een glas. De inhoud van de doos of het glas mag je altijd wijzigen, maar de doos moet wel altijd een doos blijven en het glas moet altijd een glas blijven. Gaandeweg mag je een doos niet in een glas veranderen. Zorg voor een begin, een midden en een einde en maak dat bij elke overgang een duidelijke wending in het verhaal zit. Laat de gebeurtenissen kantelen en zorg dat ze verrassend zijn. Bouw ook een duidelijk conflict in je verhaal. Geen enkel verhaal blijft immers overeind zonder een conflict. Alle drama is een conflict. Zonder conflict ontstaat er geen actie en zonder actie leiden de personages, wat ook hun motieven mogen zijn, een zinloos bestaan. Zonder personages heb je geen verhaal en zonder verhaal heb je geen scenario. Het is klassiek, maar zo is het. Opnieuw.

Dat alles en nog meer, dat is het werk van een goede schrijver. Zonder al het bovenstaande kan geen tekenaar beginnen om een verhaal naar andere en eventueel grotere hoogtes te tillen. Voor moeders hebben we zonder enige reserve een groot, warm hart en heel veel waardering. Maar wel van een andere orde.

 


De 9e Kunst plaats met enige regelmaat artikelen die eerder werden gepubliceerd in het tijdschrift Stripgids. Dit artikel verscheen in Stripgids #3, juni 2018, als onderdeel van een dossier over het scenario.