Nieuwsbrief

Artikelen

Kunnen we China leren kennen via stripverhalen?

Jeugdjournaal, 30 december 2021: de Chinese overheid verbiedt voetballers nieuwe tatoeages te laten zetten en adviseert hen oude te laten weghalen. Een bizar bericht vanuit ons Nederlandse perspectief. Wat je ook van tattoos mag vinden, hoe kan het dat een overheid zich bemoeit met de private lichaamsversiering van sporters? Op zo’n moment voelt de afstand tot één van de grootste en belangrijkste landen ter wereld – op zijn zachtst gezegd – groot. Dit roept de vraag op bij mij als stripliefhebber: kunnen we China en haar inwoners beter leren kennen via stripverhalen? Ik dook mijn kast in en vond vijf relevante boeken.

Shanghai en Shenzhen

Kuifje-De-Blauwe-Lotus‘Vuile spleetogen!’, ‘Vuile gelen!’, ‘Barbaren!’. Mijn dochter van 13 is geboren in China. Gretig las ze De Blauwe Lotus, Kuifjes avontuur in haar moederland, maar ze had deze racistische uitlatingen van Europese expats jegens Chinezen onmiddellijk in het vizier. Niet leuk. Kuifje belandt in Shanghai na een vage oproep terwijl hij in India bij zit te komen na zijn vorige avontuur. In tegenstelling tot de discriminerende expats, lijkt Kuifje zich in no time aan te passen en maakt hij zich de leefstijl van de inheemse bevolking eigen. Taalproblemen doen zich niet voor, Kuifje maakt nieuwe vrienden, eet met stokjes uit een kommetje en loopt het grootste deel van het album in felblauwe Chinese kledij rond. Going native, zouden antropologen zeggen. Ondertussen kampt hij met ontvoering, een gekmakend gif en grootschalige opiumsmokkel. Het verhaal ademt de koloniale tijdgeest van de eerste helft van de 20ste eeuw. Het is zeker te prijzen dat Hergé dat verre China ontsloot via dit beeldverhaal, maar waar waren de Chinezen in De Blauwe Lotus geweest zonder de heldhaftige, intelligente, jonge, witte Europese journalist? Toch is er ook een andere kant. Kuifje neemt mensen zoals ze zijn, ook de Chinezen die hij ontmoet. Nadat hij en passant het jongetje Tchang uit een woeste rivier heeft gered, ontspint zich uitpuffend op de oever een veelzeggende dialoog. Het jochie vraagt zich af waarom Kuifje zijn leven heeft gered. Hij dacht dat ‘alle blanke duivels slecht waren’. Kuifje legt uit: ‘volkeren kennen elkaar slecht’ en voegt eraan toe ‘Veel Europeanen denken dat alle Chinezen vals en wreed zijn, een vlecht dragen en niet anders doen dan martelingen bedenken en rotte eieren en zwaluwnestjes eten…’ (p.43). Vooroordelen over en weer. Kuifjes uitleg laat niettemin zien dat de Europese blik op China langzaamaan verruimt.

Shenzhen-Guy-DelisleMeer dan 60 jaar nadat De Blauwe Lotus verscheen (1e druk, 1936), woonde stripmaker Guy Delisle enkele maanden in de Chinese stad Shenzhen. Hij maakte een heerlijk stripverslag van zijn verblijf, Shenzhen (2000). Delisle is in het diepe zuiden van China beland omdat een Frans animatiebedrijf de productie van een film heeft uitbesteed aan een Chinese studio en hem vraagt de rol van regisseur bij de afronding ervan op zich te nemen. Delisle’s stripverslag is enerzijds een portret van een booming stad in een land dat sinds 1978 in toenemende mate marktdenken toeliet. Modernisering alom, overal verrijzen wolkenkrabbers en snelwegen. Tegelijk toont Delisle zich een scherp observator van het alledaagse leven. Hij tekent met liefdevolle ironie geestige scenes over zijn hotelkamer, eten in restaurants, het fitnesscentrum, fietsen in het Chinese verkeer, en verticaal gekamd haar om langer te lijken. Ondertussen doet Delisle enorm zijn best om zijn Chinese collega’s en kennissen beter te snappen. Dat valt vies tegen. Taal is een barrière. Een Amerikaanse kennis verzucht: Als je geen Chinees spreekt, begrijp je ze niet. En als je het wel spreekt, begrijp je ze nog niet… Delisle: ‘Eerlijk gezegd vraag ik me sowieso af wat ze over het algemeen denken’. Als hij een politieke toespeling maakt in gesprek met een Engelssprekende collega – ‘In Frankrijk zitten er communisten in de regering’ – barst de Chinees in lachen uit. Delisle, scherp als altijd: ‘In China kan de lach een scala aan emoties maskeren die voor een buitenlander moeilijk te doorgronden zijn’.

Kuifje en Delisle helpen ons niet veel verder. Het zijn buitenstaanders in een land dat zich niet makkelijk laat kennen. De verruimde blik die zich ten tijde van Kuifje stukje bij beetje ontwikkelde en die we bij Delisle ruimschoots aantreffen helpt niet per se bij het beter leren kennen van China. Drie autobiografische graphic novels van Chinese auteurs bieden een perspectief van binnenuit.

De Volksrepubliek, Mantsjoerije en magisch realisme

China 1: De tijd van de vaderTekenaar Li Kunwu en schrijver P. Otié maakten samen China, verschenen in drie delen (vanaf 2011) en tegenwoordig ook in één bundel verkrijgbaar in het Engels (A Chinese Life, 2012). Deze vuistdikke graphic memoir (692 pagina’s) vertelt gedetailleerd het persoonlijke verhaal van Kunwu vanaf zijn geboorte in 1955 tot aan het einde van de jaren ’90 van de vorige eeuw. Dat verhaal ontwikkelt zich tegen de achtergrond van het ontstaan van de Volksrepubliek China met grote roerganger Mao Zedong, de Grote Sprong Voorwaarts, de culturele revolutie en de economische liberalisering richting ‘marktsocialisme’ vanaf 1978. Dit boek laat op een indrukwekkende wijze zien hoe Kunwu persoonlijk gevormd is door zes decennia van politieke, militaire, sociale en economische gebeurtenissen.

zonder-zorgen-belle-yangEen tweede verhaal is dat van Belle Yang, Zonder zorgen. Het verhaal van mijn voorouders (2010, Nederlandse vertaling in 2012). Het boek is een raamvertelling. Yang tekent het familieverhaal op terwijl ze bij haar ouders in Californië schuilt voor haar stalkende ex-vriend (‘Rot ei’) en haar vader de geschiedenis van zijn ouders en 3 broers vertelt. Die speelt zich af in het roerige, noordoostelijke Mantsjoerije dat tot 1949 wisselend in Chinese, Japanse en Russische handen was. Waar Kunwu’s verhaal gekleurd is door zijn trouwe lidmaatschap van de communistische partij en nagenoeg geen aandacht besteed aan Tibet of de onlusten op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989, vertelt Yangs verhaal juist over communistische onderdrukking, de narigheid die haar familie overkwam en haar naar de VS gevluchte ouders.

Night-Bus-Zuo-MaEen derde relevante graphic novel is minder historisch georiënteerd en speelt zich af in hedendaags China: Night bus van Zuo Ma (2021). De verhalen in deze intrigerende, maar niet gemakkelijke bundel zijn een mix van feitelijke autobiografische gebeurtenissen en droomachtige, magisch-realistische passages waarin katten, vissen, slakken, zijdewormen en insecten een rol spelen. De verhalen laten zien hoe het platteland leegloopt en jongeren naar steden trekken, hoe China genadeloos in ijltempo moderniseert en vestigen de aandacht op milieukwesties. Meer dan de helft van de bundel bestaat uit het lange, imponerende titelverhaal, waarin Ma’s alter ego Xiao Jun geconfronteerd wordt met de vergevorderde dementie van zijn oma.

China: sociaal-culturele context en het ondergeschikte belang van het individu

Er zijn uit deze drie graphic novels meerdere leerzame lessen te destilleren die ons iets over China kunnen leren. Ik bespreek er twee.

Allereerst laten de drie boeken zien hoezeer mensen gevormd worden door de sociaal-culturele context waarin ze worden geboren en opgroeien. Dankzij de schetsen van de Chinese geschiedenis in China en Zonder zorgen realiseren we ons hoezeer die zich heeft afgespeeld buiten onze westerse blik om. Europa is afwezig, de VS zijn slechts een toevluchtsoord voor Yangs ouders. China ontwikkelde zich geïsoleerd van de rest van de wereld en dat nam na de oprichting van de Volksrepubliek in 1949 niet af. Pas aan het einde van de jaren ’70 opende het land zich, zij het mondjesmaat en op geheel eigen wijze. Het ‘marktsocialisme’ leidde tot ongebreidelde economische groei, maar ook tot de verstedelijking en problemen op het platteland die we in Zonder zorgen en Night bus aantreffen. Daarbij komt dat de graphic novels alle drie inzicht geven in de weinig betwiste autoriteit van de Chinese overheid. Wie zich niet conformeert, heeft het lastig. Hier ligt een eerste aanknopingspunt in antwoord op de bemoeienissen van China met tatoeages van sporters. Enige economische liberalisering betekent niet dat mensen beschikken over eindeloze persoonlijke vrijheid buiten de contouren van het wereldbeeld van de Chinese overheid.

Li Kunwu ChinaTen tweede maken de drie boeken onmiskenbaar inzichtelijk welke rol gemeenschap en familie spelen in de China. In China lijken familiebanden hechter dan bij ons. Dat zien we bijvoorbeeld in de verhouding tussen ouders en kinderen. Ma’s alter ego Xiao Jun is opgevoed door zijn oma, zoals zoveel hedendaagse Chinese peuters en kleuters worden toevertrouwd aan grootouders wanneer hun eigen ouders werken. Yang vlucht naar haar ouders als haar ex Rot ei haar bedreigd. Het is niet eenvoudig om je als individu los te maken van de gemeenschap waartoe je behoort, zonder jezelf te veroordelen tot een bestaan in de marge. Yang tekent haar familiegeschiedenis omdat ze zich er onlosmakelijk mee verbonden voelt en strijdt ondertussen met haar vader om hem duidelijk te maken dat ze zich ontwikkelt tot onafhankelijk denkende vrouw. Kunwu blijft zijn land trouw door kritische kwesties als Tibet en de felle protesten in het Beijing van 1989 buiten beeld te laten. En in één van de verhalen in Night bus hoort een punkster dat anderen gemene dingen over haar zeggen. Haar reactie: ‘Who cares? They don’t appreciate my individuality!’ (p.368). Hier ligt een tweede aanknopingspunt ten aanzien van de oekaze over de tatoeages van sporters. Het begrip individu lijkt een andere betekenis te hebben in China. Je bent Chinees en – kort-door-de-bocht geformuleerd – naar buiten toe vertegenwoordig je in sportwedstrijden eerst en vooral de volksrepubliek en niet jezelf.

Kunnen we China beter leren kennen via strips? Jazeker. En als je strips combineert met de series over China die Ruben Terlou voor de VPRO maakte, zet je grote stappen in het overstijgen van de vooroordelen die Kuifje al constateerde. Snappen we dan ook waarom de Chinese overheid tatoeages bij sporters verbiedt? Enigszins, al blijft zo’n verbod vanuit mijn Nederlandse perspectief nauwelijks invoelbaar.