Strips

Met Samir kiest Aimée de Jongh voor mededogen boven ontwrichting

Tussen de golfplaten containers en het prikkeldraad van Lesbos tilt een Syrisch jongetje een voorwerp met zich mee dat eigenlijk te zwaar is voor zijn kinderarmen. Samir sleept een lege jerrycan over het terrein, een herinnering aan de vreselijke overtocht die hem het leven redde en tegelijk zijn hele bestaan tekende. Het voorwerp vergezelt hem overal, van de sanitaire voorzieningen, langs de rijen wachtenden voor het eten en naar de rand van het kamp waar het uitzicht stokt bij hekwerk en bewaking.

Rondom die tastbare houvast weeft Aimée de Jongh in haar nieuwe graphic novel Samir het relaas van een gestrand gezin. Uitgeverij Scratch brengt het tegelijkertijd met De wachtkamer van Europa, een verzorgde heruitgave van haar eerdere journalistieke stripverslag voor NRC, aangevuld met schetsboekmateriaal van recentere bezoeken aan het eiland. Het tweetal functioneert als een spiegel waarbij de rauwe werkelijkheid van de reportage tegenover de dramatische herordening van de fictie staat.

Sinds haar internationale doorbraak met Dagen van zand en de bekroning met een Eisner Award voor haar bewerking van Lord of the Flies behoort De Jongh tot de absolute voorhoede van het beeldverhaal in binnen- en buitenland. Ze is uitgegroeid tot een van de meest gezichtsbepalende en invloedrijke auteurs binnen het Europese striplandschap, met simultane uitgaven in Nederland en Frankrijk en vanzelfsprekende aandacht in de landelijke dagbladen. Die status verleent haar een enorm podium. Ze bezit de statuur om een pijnlijk maatschappelijk vraagstuk als het Europese asielbeleid op Lesbos onder de ogen te brengen van een breed publiek, dat literaire reportages of harde journalistiek doorgaans links laat liggen. Tegelijkertijd schept zo’n vooraanstaande positie verwachtingen en dwingt ze tot een serieuze weging van de artistieke keuzes die aan het werk ten grondslag liggen.

Het verhaal volgt de dagelijkse gang van zaken rondom Hasan, diens vrouw Ezra en hun zoontje Samir. De sfeer in het kamp wordt gedomineerd door stilstand. Dagen verglijden in eentonigheid, terwijl bewoners op moeten boksen tegen een kille administratieve machinerie, waarin asielverzoeken jarenlang kunnen aanslepen. Voor Syrische families weegt die onzekerheid tegenwoordig loodzwaar, nu beleidsmakers hun herkomstland in toenemende mate als veilig bestempelen en daarmee de deur naar een legale toekomst resoluut dichttrekken.

Hasan probeert zijn zoon angstvallig te beschermen tegen de fysieke en mentale druk van het kampleven. Samir lijdt aan een hartkwaal, waardoor zware inspanningen uit den boze zijn en een eenvoudig potje voetbal een gevaarlijke onderneming wordt. Wanneer een nieuw Afghaans gezin bij hen in de container wordt ondergebracht, krijgt Samir een metgezel in het meisje Lida. Met behulp van een smartphone die dienstdoet als vertaalmachine ontstaat er tussen de kinderen een voorzichtige band. Samir leidt haar rond door een gemeenschap die balanceert tussen overleven en berusting.

De Jongh kiest voor een uitgesproken stilering om innerlijke ontreddering voelbaar te maken. Nieuwkomers die net op het eiland arriveren, worden geportretteerd met volledig witte lege oogkassen. Het trauma heeft hun blik uitgewist en pas wanneer er een sprankje warmte of menselijk contact ontstaat, keren pupillen en expressie terug in hun gezichten. Het is een effectieve grafische vondst die de ontzieling van vluchtelingen direct invoelbaar maakt voor een breed lezerspubliek.

Tegelijkertijd hanteert De Jongh een opmerkelijke narratieve beheersing op momenten van agressie en spanning. De onvermijdelijke wrijving binnen het kamp speelt zich consequent buiten het zicht van het kader af. Ruzies worden niet theatraal uitgetekend, maar sijpelen via sobere tekstballonnen door de dunne scheidingswanden van de container heen. Die terughoudendheid levert scènes op die door hun suggestieve kracht zwaarder wegen dan visueel spektakel.

Tegenover die subtiliteit staat een neiging om elk narratief element zwaar op te laden met symbolische betekenis. De jerrycan, de verboden voetbal, het afgezette hek en de fysieke hartsituatie van Samir functioneren nadrukkelijk als literaire dragers van thematiek. Wanneer een medische conditie precies synoniem wordt aan de emotionele draagkracht van een hoofdpersoon, dreigt het verhaal over te hellen naar allegorie. Het kamp verandert daardoor van een toevallige plek in een zorgvuldig geënsceneerd decor waarin vrijwel elk voorwerp een diepere les moet verbeelden.

Ook op technisch vlak levert die doordachte vormgeving af en toe frictie op. Waar De Jongh doorgaans overtuigt met vloeiende decoupage en zachte lijnvoering, hapert het perspectief opvallend in een van de belangrijkste ruimtes in het boek. In een vogelperspectief van het kantoor waar de formele asielverhoren plaatsvinden lopen de zichtlijnen en meubelstukken vanuit verschillende hoeken schots en scheef door elkaar. Of die breuk met het strakke eenpuntsperspectief nu een bewuste keuze is of een compositorische slordigheid, het effect is vervreemdend. Het versterkt onbedoeld de desoriëntatie en machteloosheid die horen bij een bureaucratisch doolhof waarin over mensenlevens wordt beschikt.

Dramaturgisch valt vooral op hoe barmhartig De Jongh haar hoofdpersonen behandelt. De harde randen van het kampleven worden omgeven door troostende gebaren. Waar de personages geconfronteerd worden met vooroordelen of afwijzing door omstanders buiten het kamp, volgt steeds een corrigerende daad van menslievendheid. Zelfs in situaties waarin bureaucratische processen de personages slechts een tijdelijke adempauze gunnen in plaats van daadwerkelijke zekerheid, bewaart het verhaal een elegante lichtheid. De Jonghs tekentalent wordt gekenmerkt door open gelaatstrekken en een heldere vormgeving en neigt daardoor van nature naar warmte en toegankelijkheid. In scènes waarin harde werkelijkheden ter sprake komen levert dat een merkwaardig contrast op. De zware thematiek wordt gevangen in beelden die het lezersoog voortdurend beschermen tegen al te scherpe wreedheid.

Het verschil met het begeleidende boekje De wachtkamer van Europa is veelzeggend. De stripreportage, oorspronkelijk getekend voor de krant, leunt weliswaar stevig op tekstuele toelichting en conventionele journalistieke kaders, maar toont tevens de auteur die worstelt met haar eigen positie als waarnemer. De meest boeiende pagina’s bevinden zich achterin, waar schetsen en aantekeningen uit 2024 zijn afgedrukt. Daar noteert De Jongh met lichte wrangheid over bordjes die bezoekers een schijn van gezelligheid willen voorhouden, provisorische voorzieningen die voortdurend haperen en de kille werking van een hekwerk onder de brandende zon. In die losse veldnotities klinkt een zekere urgentie door die in de afgeronde fictie van Samir grotendeels is gladgestreken ten gunste van een harmonieus verhaalverloop.

Samir slaagt erin een complex en politiek beladen onderwerp om te smeden tot een meeslepende maar vooral menselijke vertelling die een breed lezerspubliek kan raken. Het boek toont een auteur op het toppunt van haar kunnen die haar ambacht beheerst en personages met oprechte empathie neerzet. Toch blijft ook de indruk hangen dat De Jongh haar lezers behoedt voor de uitzichtloosheid die het kampleven in werkelijkheid kenmerkt. Door verdriet en ongemak steeds tijdig in te bedden in tederheid, kiest ze voor mededogen boven ontwrichting. 

De auteur kent Aimée de Jongh persoonlijk.

Aimée de Jongh – Samir. Scratch Books. 176 pagina’s. hardcover.  € 29,95.
Aimée de Jongh – De wachtkamer van Europa. Scratch Books. 48 pagina’s. softcover. € 7,50.