Op het omslag van Ginseng Roots staat onder de naam van Craig Thompson “Author of Blankets”. Na meer dan 20 jaar en drie nieuwe titels (Carnet de Voyage, Habibi en Space Dumplins), vindt zijn uitgever het blijkbaar nog steeds noodzakelijk het boek te vermelden dat hem beroemd maakte. Een erfenis waarmee, zo leren we in Ginseng Roots, Thompson het moeilijk heeft. Allereerst omdat hij door zijn ontboezemingen in conflict kwam met zijn ouders. Iedereen is inmiddels ouder en wijzer en alles is vergeven, maar getuige het aantal referenties in Ginseng Roots aan onverbloemde scènes uit Blankets in een poging context toe te voegen en zo de kritiek op zijn ouders te nuanceren, drukt dit nog altijd zwaar op zijn schouders. En ten tweede omdat Thompson gebukt gaat onder de kritiek op zijn latere werk en dan met name Space Dumplins, dat hij als een mislukking beschouwt. “Comics broke my body and spirit”, bekent hij in hoofdstuk 9, “The constant criticisms triggered all the bullying of childhood. Each review served as a reminder of where I came from: poor, uneducated, working class, white trash.”
Het is om die redenen dat Thompson vanaf het begin twijfelt of hij wel een nieuw boek moet maken. In 2017 brengt een ginseng-conventie in zijn geboorteplaats hem op het idee ginseng als onderwerp te gebruiken, maar zelfs nadat hij al menig interview met lokale boeren heeft afgenomen en een signeertour in Korea en China heeft benut om materiaal te verzamelen voor dit project, blijft hij aarzelen. Het feit dat Thompson lijdt aan een auto-immuunziekte die het pijnlijk maakt om een potlood, pen of penseel vast te houden, helpt niet mee, maar ook die aandoening brengt hem via Chinese geneeskunde in contact met ginseng. Keer op keer laat Thompson zien hoe zijn leven is verweven met de geneeskrachtige wortel en de lezer vraagt zich af waarom hij zolang aarzelt. Tot Thompson in het laatste hoofdstuk opbiecht aan zijn ouders en siblings dat hij bang is ze opnieuw te kwetsen. Dat hoofdstuk dient voor Thompson om met zichzelf en de mensen om zich heen in het reine te komen, en daarin wordt de ginseng enkel nog als metafoor ingezet.
Ginseng Roots is een boek waarin vele verhalen worden verteld. Met afstand het meest innemende, is dat van de kinderen Thompson (Craig, Sarah en Phil) die al van jongs af aan (respectievelijk 10, 9 en 7 jaar) hun ouders gedurende de zomer helpen met loonwerk voor de ginsengboeren van Marathon, Wisconsin. De nadruk ligt daarbij duidelijk op de twee broertjes die altijd met elkaar optrekken. De kinderen zijn veertig uur per week bezig met wieden, stenen verwijderen, bessen plukken en wortels rapen. Het is zwaar en vuil werk in weer en wind, maar het gezin is arm en hun ouders zien geen andere keus. Het klinkt allesbehalve legaal, kinderen van 7 horen geen 40-urige werkweek te hebben, maar Thompson koestert geen wrok. Voor hem en zijn broertje Phil zat er namelijk een gouden randje aan: ze kregen een dollar per uur, die ze mochten omzetten in comics, en dat deden ze met veel enthousiasme. (Zus Sarah was er overigens minder gelukkig mee. Zodra ze de kans kreeg, wisselde ze de ginseng in voor babysitten.)
Het toeval wil dat Marathon, Wisconsin, een bodemsamenstelling heeft die perfect geschikt is voor het kweken van Amerikaanse ginseng. Die verschilt wezenlijk van Aziatische ginseng en is dankzij zijn unieke eigenschappen zeer geliefd in Zuid-Oost Azië. Dit wordt aan het begin van de 20e eeuw door de gebroeders Fromm ontdekt en zo ontstaat een Amerikaanse ginseng-industrie waarmee schatten worden verdiend. Maar ginseng is een buitengewoon lastige plant, die langzaam groeit, zeer vatbaar is voor ziekte, vraat en wortelrot, en die geen tweede keer wil groeien op hetzelfde stuk grond. De boeren worstelen en als dan ook nog eens hun belangrijkste afzetmarkt verdwijnt door het uitbreken van de Vietnamoorlog, valt het doek. Pas in 1972 worden de handelsrelaties herstelt. Vluchtelingen en terugkerende soldaten brengen nieuwe kennis met zich mee en de boeren pakken de draad weer op. Precies op dat moment strijkt het gezin Thompson neer in Marathon, Wisconsin, op steenworp afstand van waar de ginseng-industrie 60 jaar eerder met de gebroeders Fromm begon.
Het zijn lang niet de enige feiten die Thompson met de lezer deelt. Naast het verhaal van een arm gezin van born again christians die hun heil zoeken in Wisconsin en de geschiedenis van de ginsengteelt aldaar, vertelt Ginseng Roots over de Amerikaanse boeren die in de jaren 1970 een nieuw imperium creëerden, over de Hmong vluchtelingen die hielpen met kennis en noeste arbeid maar toch met de nek werden aangekeken omdat de boeren dachten dat het Vietnamezen waren, over het verschrikkelijke lot van de Hmong voor en gedurende de Vietnamoorlog en het verraad door de VS, over de volksverhalen omtrent ginseng en de genezende en spirituele eigenschappen die men er in Azië aan toedicht, over het aanzien die de wortel in Azië heeft en de verschillen tussen Amerikaanse en Aziatische ginseng en ginsengteelt, maar ook over alles dat er maar te vertellen valt over wat het telen van ginseng zo uniek, uitdagend, maar ook bevredigend maakt.
Ginseng Roots is kortom een caleidoscopische vertelling waarin fascinatie, trivia, wetenschap, geschiedenis en maatschappelijke reflecties hand in hand gaan. Dat de lezer de weg niet kwijtraakt, komt doordat Thompson zijn eigen wederwaardigheden in zowel heden als verleden gebruikt als rode draad om alles aan elkaar te binden. Dat doet hij veel speelser, maar ook veel helderder dan destijds in Habibi, waardoor de lezer dit keer nergens de draad verliest. Thompsons levensverhaal is bovendien het leukste om te lezen, dus dat het boek daar telkens weer bij terugkomt, helpt om de soms wat taaie, feitelijke stukken door te komen. Want ja, hoewel Thompson meer dan ooit demonstreert hoe vaardig hij is als verteller, leidt zijn behoefte om bij elk facet tot het gaatje te gaan, ook tot hoofdstukken die soms minder makkelijk weghappen.
De journalistieke aanpak die de ruggengraat vormt van dit boek, doet denken aan de manier waarop Joe Sacco zijn boeken aanvliegt. Maar de speelse, aantrekkelijke manier waarop Thompson dit uitwerkt, daarbij rijkelijk gebruik makend van visuele metaforen en fraaie composities, doet dan weer aan het werk van David B. denken. Thompson gebruikt bovendien een rode steunkleur die hij slim inzet. Met een lichte tint zet hij schaduwen aan en arceert hij grote vlakken om de compositie op te breken, vervolgens brengt hij met vol rood accenten aan om de blik van de lezer te sturen. Het zijn geen hard afgebakende kleurvlakken, Thompson schildert met het rood. Dit zorgt duidelijk voor een verlevendiging van de pagina’s, die veel verder gaat dan als hij het rood slechts als één monochrome tint had ingezet. Wat het verhaal een duidelijke feel good vibe geeft, ondanks de vele fysieke, mentale en sociale worstelingen die aan bod komen, is het plezier dat spreekt uit de scènes waarin Thompson zijn jeugd verbeeldt en de momenten waarop hij een antropomorfe ginsengwortel opvoert, min of meer de mascotte van het boek. Momenten die het plezier oproepen waarmee Space Dumplins was gemaakt.
Ginseng Roots is het overweldigende bewijs van de vaardigheid en veelzijdigheid die Thompson zich in de afgelopen 20 jaar eigen heeft gemaakt. Toch is het zeer de vraag of hij hiermee de ‘vloek’ van Blankets van zich af kan werpen. Het klassieke liefdesverhaal kent zoveel charme en werd al door zoveel mensen in het hart gesloten, dat ik het eerlijk gezegd onwaarschijnlijk acht. Maar het is appels met peren vergelijken, beide boeken moeten op hun merites worden beoordeeld. Ginseng Roots is goudeerlijke non-fictie, dat zonder verbloemen probeert te laten zien hoe alles in het leven met elkaar verweven is. Ginseng vormt daarbij de aanleiding, maar uiteindelijk gaat het om mensen, hun onderlinge verbondenheid, hun dagelijkse worsteling, en alle goede en foute beslissingen die daarbij horen. Dat hapt misschien niet altijd even makkelijk weg als een idyllische kalverliefde, maar het resultaat is een boek dat de lezer vreselijk veel leert, altijd boeiend blijft, confrontaties niet schuwt en toch steeds weer een glimlach op het gezicht weet te toveren. Wie zoveel facetten weet te bundelen in één boek, dat desondanks zo prettig leest als Ginseng Roots, is een groots verteller en mag zich met recht een meester van het medium noemen.
Craig Thompson – Ginseng Roots. 448 pag. Hardcover. ₤ 25 (Faber & Faber), of $ 35 (Pantheon Graphic Library)
Ginseng Roots verscheen oorspronkelijk als 12 losse comics bij uitgeverij Uncivilized Books. Bij voltooiing is een box verschenen waar ze alle 12 inpassen. Als je goed zoekt, zijn die nog te vinden.
Lees ook de recensie van Stefan Nieuwenhuis, geschreven in 2020 toen ongeveer de helft van de losse comics waren verschenen.



