Nieuwsbrief

 

Strips

Een knap geconstrueerde en ingetogen graphic novel die zich afspeelt in het hoofd van Joseph

Op het voorplat van de graphic novel Een stil geloof in engelen staat een man in een tuinbroek. Achter hem ziet de lezer een paar huizen, een houten hek om een weiland, een onverharde weg. Dit moet wel het platteland van Amerika zijn. Op de voorgrond een meisjesschoen en een rood lint, die de suggestie wekken dat er iets ergs is gebeurd.

Het verhaal opent met de tekst: “Ik herinner me de dag dat het eerste lijk werd gevonden heel goed. Het was op een vrijdag in de herfst, een dag van een bijna blasfemische mildheid.” De tekening erbij laat een stil landschap zien: palen met telefoondraden, een weggetje waarop niemand te zien, wat vogels in de lucht. Dat zal die ‘blasfemische mildheid’ zijn, die zo contrasteert met de dood die ineens intrede heeft gedaan op een gewelddadige manier. De tweede tekening toont een kraai, aankondiger van de dood en dan zien we de hand van de dode. Meer niet en dat blijkt ook niet nodig. Steeds is de verteltoon ingehouden, waardoor het gruwelijke misschien nog wel beter overkomt.

In het grootste deel van het album zijn de tekeningen sepiakleurig. Dat plaatst het verhaal in het verleden, in de tijd van oude foto’s. Het maakt het verhaal ook ingetogen. Hier wordt duidelijk niet op grote effecten gespeeld: het verhaal moet het werk doen. Verderop verandert de kleur soms in blauw, of roodachtig, maar altijd zijn de bladzijden in hetzelfde kleurengamma gehouden. Nergens aandachttrekkerij, alles gedempt, een zekere rust. Die rust hebben we ook wel nodig, want in het hoofd van de hoofdpersoon, Joseph Vaughan, is het helemaal niet rustig. Dat is ook niet zo gek, want er gebeuren heftige dingen.

Het slachtoffer is een meisje van elf jaar, Alice Ruth Van Horne, ze is verkracht en vermoord. Joseph vindt een witte veer en de gedachte dat dat een veer van een engel is, en dat Alice dus een engel is geworden, troost hem. Haar dood laat hem niet los en hij wil weten wie de dader is, zeker als er in de loop van de tijd meer dode lichamen worden gevonden. Ook de plaatselijke bevolking wil een schuldige aanwijzen. Er woont in het dorp een emigrant, Kruger, en die wordt al gauw als verdachte gezien. Duitsland heeft op dat moment geen goede naam: het is in de tijd van de Tweede Wereldoorlog, al speelt die zich op een ander continent af. Joseph heeft om andere redenen zijn bedenkingen bij Kruger: die gaat met zijn moeder naar bed.

Joseph schrijft verhalen, gestimuleerd door zijn lerares. Ze laat hem verhalen inzenden voor een prijsvraag. Zijn verhaal is goed, maar de jury gelooft niet dat deze jongen het zelf geschreven heeft. Het schrijven lijkt twee functies te hebben. Aan de ene kant creëert Joseph een andere werkelijkheid, waarmee hij ontsnapt aan de dagelijkse realiteit, aan de andere kant is het schrijven ordenen, verwerken, grip krijgen.
De lezer volgt Joseph in de loop van zijn leven, waarin er, dichtbij of iets verder af, dode lichamen gevonden blijven worden. Langzaam lijkt hij dichter bij de oplossing te komen, die hij van zichzelf wel moet vinden. Af en toe verschijnen de meisjes als schimmen aan zijn bed en ze kijken hem vragend aan. De ontknoping van het raadsel ziet hij als zijn opdracht.

Hij gaat door, met het zoeken en met het schrijven en uiteindelijk zal hij een roman schrijven, die net als de strip Een stil geloof in engelen heet. Het zou het verhaal kunnen zijn dat we op dit moment lezen. Dat verklaart ook de kwaliteit van de vertellersteksten in de strip. Die zit tegen het literaire aan. In een strip zou dat aanstellerig over kunnen komen, maar in dit geval is het volkomen geloofwaardig. Daarbij is het ook nog eens een goed verhaal, waarbij je als lezer soms ook niet meer weet wat de waarheid is. Is deze Joseph eigenlijk zelf wel te vertrouwen? Als er een lichaam wordt gevonden, is het immers vaak bij hem in de buurt.

Het verhaal is gebaseerd op het gelijknamige boek van R.J. Ellory, een naam die ik niet kende. Hij blijkt een Brits auteur te zijn, die zijn werk in Amerika situeerde. Dat heeft lang zijn succes in de weg gestaan, maar hij hield vol, schreef meer dan twintig romans en kreeg toen toch erkenning. Fabrice Colin maakte van het verhaal een stripscenario, dat uitstekend werkt. De plattelandsgemeenschap van August Falls wordt levensecht getekend, in al zijn beslotenheid, waarin het benauwende niet ver weg is. Aan de ene kant is het een spannend misdaadverhaal, waarin het tempo laag lijkt, door de rustige verteltoon. Dat schaadt het leesplezier niet, want Een stil geloof in engelen is ook een psychologische roman en in het hoofd van Joseph is er veel in beweging.

De tekeningen van Richard Guérineau zijn stemmig en technisch goed. Alleen lijken veel personen iets gedrongens te hebben, alsof ze net iets te kort zijn. Het is een eigenaardigheid die je tijdens het lezen accepteert en dan let je er niet meer op.
R.J. Ellory heeft nog veel meer geschreven en ik hoop maar dat daarvan nog meer verstript is of gaat worden. Een stil geloof in engelen is in ieder geval een geslaagd album. Het hele verhaal lang zit je in het hoofd van Joseph Vaughan en als het boek uit is, kun je je daar maar met moeite van losmaken.

Fabrice Colin & Richard Guérineau – Een stil geloof in engelen, gebaseerd op een roman van R.J. Ellory. Silvester. 112 pagina’s hardcover. € 29,95.