Nieuwsbrief

Strips

Muertos: Mexicaans benauwd, met een bloeddorstige horde halfdooien op je hielen

Op het achterplat geeft de uitgever de beknopte omschrijving van de inhoud met een actuele knipoog: “Heb jij enig idee wat dit voor smeerlapperij is? – Het lijkt op geen enkele beschreven ziekte. Misschien een soort virus. – Als zelfs de intellectuelen niet weten wat dit is, hebben we een groot probleem, mensen.”

Maar behalve dit gebbetje is er weinig te lachen in Muertos, Spaans voor Dood. Hier komt het op neer: in een razende vaart probeert een groep mensen van divers pluimage te ontkomen aan een leger van halfdoden, moordzombies of hoe je ze ook noemt. Het zijn figuren met gruwelijke koppen waarin de weggeteerde kaken zorgen voor een nare, angstaanjagende grimas. Wie het zijn? Wisten we het maar.

De Franse stripmaker Pierre Place houdt van opjagen. Muertos heeft vrijwel vanaf het begin een moordend tempo. Om twee redenen bijzonder: ten eerste bedient de Franse stripmaker zich van een heel klassieke tekenstijl, die teruggrijpt op de jaren vijftig – een tijd die eerder als traag en voortslepend te boek staat. Ten tweede speelt het verhaal zich af in een Mexicaans dorpje waar alles a gusto voortkabbelt. Als de hacienda zomaar ineens wordt aangevallen door een horde zogenaamde calaveras, folkloristische types met gevilde gezichten, breekt de pleuris uit.

Een groep vooraanstaande rijken, samen met hun gevolg en een aantal bewapende kerels, smeert ‘m en laat de dorpelingen achter. Als ze later achterom kijken zien ze niet alleen dat het dorp in brand is gestoken, maar ook dat de calaveras achter ze aan zitten. Deze achtervolging, met alle waanzin die daarbij past, neemt vervolgens een flink deel van het verhaal in beslag. Saai? Om de drommel niet: er zijn genoeg intriges en vragen om de lezer erbij te houden. Wie is bijvoorbeeld de vrouw, die zich lijkt te ontpoppen als de aanvoerder van de groep achtervolgers? En waarom hebben zij het op het groepje vluchters gemunt?

Spannend, spannend, niet in de laatste plaats doordat Place het typische Latijns-Amerikaanse drama perfect in de vingers heeft. De putas en madres de Dios vliegen je om de oren, het temperament is meeslepend en geeft het verhaal een vette meerwaarde. Dat zit vooral in de personages en hun emoties, want uiterlijk is de hysterie minder zichtbaar. Place kan zeker karakterkoppen tekenen, al zijn ze vaak een tikje te vreemd om geloofwaardig te zijn. Op cinematografisch niveau daarentegen is Place een klasbak. Dat de strip zo’n vaart heeft, ligt aan zijn perfecte cameravoering: de pagina’s zijn knap opgebouwd, met mooie visuele vondsten en spanningsbogen.

Het zwartwitte van de pagina’s, met dikke vlakken grijs, doet iets raars: we mogen aannemen dat het warm is en klam, vooral in de ondoordringbare bossen onderweg, maar dat moeten we aannemen. Op een paar angstige zweetdruppeltjes na lijkt de vlucht op zich redelijk soepeltjes te verlopen. Terwijl weersomstandigheden alles natuurlijk veel erger kunnen maken: uitputting zet alles veel meer op scherp in een groep, waarin de twijfel toeslaat. In een verhaal als Eldorado dat zich ook afspeelt in een benauwde omgeving zien we bijvoorbeeld dat kleuren enorm bijdragen aan het broeierige van het verhaal. Dat had hier niet misstaan.

Tegelijkertijd zorgt het zwart-wit-spel met dikke schaduwen en harde lijnen voor veel sfeer, die van een afstandje doet denken aan de betere pulpstrip. Maar ook al is Muertos in wezen een kruising tussen een Mexicaanse western en telenovelas, het zou het verhaal te kort doen om het af te serveren als pulp. Daarvoor zitten er teveel spannende verhaalhaakjes in verwerkt: een beetje maatschappijkritiek, een beetje sociaal ongenoegen, genderdingetjes. Dat maakt Muertos een interessante titel, die dieper en verder gaat dan een beetje knallen en hakken – al valt daar bepaald niet aan te ontkomen. Want het blijft smeerlapperij.

Pierre Place – Muertos. Uitgeverij Hum! 156 pagina’s, hardcover. € 24,95.