Nieuwsbrief

theyc alled us enemy
Strips

Misstanden in They Called Us Enemy helaas nog altijd actueel

Op 26 juni 2018 sprak juriste Sonia Sotomayor, werkzaam als rechter bij het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten, een rechtszaal toe met de volgende woorden: “Vandaag besluit het hof het vonnis in de Korematsu-zaak ongeldig te verklaren. Hoewel het hof zich hiermee uitspreekt tegen discriminerend beleid geboren uit vijandigheid tegen een onpopulaire bevolkingsgroep, hanteert het dezelfde gevaarlijke logica […] opnieuw, om zodoende slechts het ene grote onrecht te vervangen door het volgende.” Het nieuwe vonnis waar Sotomayor naar verwees, was het geldig verklaren van het wetsvoorstel van de Trump-regering waarmee men migranten uit bepaalde islamitische landen de toegang tot de Verenigde Staten kon ontzeggen. De Korematsu-zaak betrof een Japans-Amerikaanse man die zich verzette tegen verplichte internering, met als enige reden zijn Japanse afkomst. Hij was niet de enige die dit lot trof. Op 8 december 1941, daags na de Japanse aanslag op Pearl Harbor, besloot president Roosevelt namelijk dat alle 120.000 Japans-Amerikaanse burgers een potentieel gevaar vormden voor de binnenlandse veiligheid. Eén van hen was de op dat moment vier en half jaar oude George Takei, die Star Trek-kijkers zullen kennen als Mister Sulu.

Het gezin van Takei bestond naast hemzelf uit een jonger broertje, een pasgeboren zusje en natuurlijk zijn ouders. Zijn vader was geboren in Japan, maar opgegroeid in de VS. Hij beschouwde zichzelf als Amerikaans staatsburger, maar ondanks meerdere aanvragen had de staat hem altijd het Amerikaans burgerschap ontzegd. Zijn moeder had Japanse ouders, maar was een geboren en getogen Amerikaanse. Beiden geloofden heilig in de Amerikaanse democratie en het was dan ook bijzonder schrijnend toen hun eigen regering ze niet langer vertrouwde en zonder mogelijkheid tot verweer opsloot. 

Omdat het besluit tot interneren overhaast werd genomen, was er nauwelijks tijd voorzieningen te treffen. Aanvankelijk komt het gezin Takei terecht in de voormalige paardenstal van een renbaan, waar de mestlucht nog om te snijden is. Na een aantal maanden zijn er tien kampen uit de grond getrokken en wordt het gezin gedeporteerd naar de andere kant van het land. Tijdens de dagenlange treinreis moeten de gordijnen dicht in de stations. Omdat de staat liever niet openlijk laat zien dat ze haar eigen burgers deporteert, maar ook om te voorkomen dat iemand eigen rechter gaat spelen. Sinds het besluit tot interneren worden Japans-Amerikaans burgers immers met argwaan bekeken.

Het is tekenend voor hun situatie, die nog tot eind 1945 zal duren: het prikkeldraad staat symbool voor hun gevangenschap, maar is tegelijkertijd hun bescherming. Alles wordt deze mensen ontnomen, op uiterst radicale en onrechtvaardige wijze. De misstanden die Takei beschrijft doen af en toe denken aan het lot dat de joden bij ons was beschoren. Mensen die verplicht worden door te werken op hun eigen land, wetende dat de staat straks alles zal afpakken. Werken ze niet, dan worden ze beschuldigd van landverraad. Bezittingen moeten verplicht verkocht worden. Tegen bodemprijzen, uiteraard, want iedereen weet dat ze geen keus hebben. En eenmaal in het kamp, groeit het besef dat hun huis zal zijn ingepikt.

Al deze toestanden gaan grotendeels voorbij aan de kleine George. Voor hem is het een groot avontuur. Zijn ouders vertellen hem dat het tijdelijk is, een soort vakantie en voor hem en zijn broertje is slapen in een paardenstal het coolste wat er is. Gaandeweg leert hij natuurlijk wel dat er iets niet in de haak is, maar hij krijgt nooit helemaal de vinger achter de omvang en de ernst. (Pas als de oorlog allang voorbij is, beseft hij wat het gezin is overkomen en heeft hij, als zelf overtuigde tiener, maar al te graag kritiek op hoe zijn ouders het hebben aangepakt.) Dat alle ellende grotendeels wordt verteld vanuit het perspectief van een kind, is aangenaam. Het zorgt voor lucht en een beetje humor in een zware situatie.

Sterkste punt van They Called Us Enemy zijn misschien wel de innerlijke twisten die Takei beschrijft. Alle volwassenen moeten doorlopend belangrijke keuzes maken, waarbij ze niet zelden hun trots en woede moeten inslikken. Bescherming van het gezin staat steeds voorop, maar vergt grote offers. Zo krijgt men in 1943 een formulier voorgelegd om trouw te zweren aan de Amerikaanse staat. Een onmogelijke opgave: de keus is feitelijk tussen weigeren, en daarmee suggereren dat je niet trouw bent aan de Amerikaanse vlag, of berouw tonen, en daarmee toegeven dat je oorspronkelijk trouw was aan de Japanse keizer. Wie voor dat laatste kiest gaat vrijuit, maar wordt vanaf dat moment wel gezien als voormalig verrader. Het is maar een van de vele mensonterende dilemma’s die Takei voor de lezer inzichtelijk maakt. 

Na de oorlog wordt deze hele episode lange tijd onder het tapijt geveegd. De jonge Takei vindt er niets van terug in de geschiedenisboeken. Zodra hij beroemd wordt als Mister Sulu gebruikt hij zijn faam dan ook om zijn verhaal te doen, daar waar men hem een podium biedt. Het is ook de reden dat nu dit boek is gemaakt. Om met de woorden van Barack Obama te spreken: “[…] het verleden […] zou een handleiding moeten zijn om herhaling van gemaakte fouten te voorkomen”. Helaas blijkt uit het citaat aan het begin van deze recensie, dat dat lang niet altijd lukt.

George takei, Justin Eisinger, Steve Scott, Harmony Becker – They Called Us Enemy. Uitgeverij Top Shelf. 208 pagina’s softcover, zwart/wit. € 19,99