Nieuwsbrief

Strips

Vakman Matena eert Carmiggelt met verstripte Kronkels

De laatste decennia zijn er veel literaire romans verstript, zoals De aanslag door Milan Hulsing, Familieziek door Peter van Dongen en Blokken door Viktor Hachmang. In die laatste probeert Hachmang met beelden (een deel van) het verhaal weer te geven. Dick Matena heeft intussen zoveel literatuur gevat in tekeningen dat het de omvang heeft van een oeuvre op zich: De avonden, Kort Amerikaans, Turks fruit, A Christmas Carol, Kaas, Het dwaallicht, Kees de jongen, De jongen met het mes en ook nog de jeugdboeken De schippers van de Kameleon, Afke’s tiental, Pietje Bell en Dik Trom. Waarschijnlijk vergeet ik dan nog enkele titels.

In de meeste gevallen gebruikt Matena de complete tekst van het boek. Dat is een keuze. Je zou kunnen zeggen dat je op die manier het medium niet ten volle benut. Ook de tekeningen vertellen veel en dan zou de complete tekst van het boek niet nodig moeten zijn. Aan de andere kant laat het ook zien met hoeveel respect Matena de tekst behandelt. Die laat hij aan de schrijver, zelf voegt hij de tekeningen aan die tekst toe.

Onlangs stortte Matena zich op de verstripping van zo’n veertig ‘Kronkels’ van Simon Carmiggelt. Hier en daar zijn kleine stukjes tekst weggelaten, ‘omdat ze niet via dit medium te handhaven waren.’ Over het algemeen volgt Matena de tekst nauwkeurig. Slechts een enkele keer, bijvoorbeeld in het verhaal De erepoort, staat er een zin in die door Carmiggelt niet als gesproken tekst is bedoeld, maar die wel in een praatballonnetje is terechtgekomen.

De getekende verhalen zijn soms sober ingekleurd, met naast de grijstinten alleen wat bruin en huidskleur. Soms is de inkleuring rijker. Beide werken goed. De inkleuring heeft wel gevolgen voor de sfeer die in de verhalen hangt.

In de tekeningen zien we vaak Carmiggelt rondlopen, in verschillende fasen van zijn leven. Meestal is hij degene die een verhaal van iemand aanhoort, soms speelt hij een actievere rol. Die is meestal niet zo glorieus. In het al genoemde De erepoort zou je hem zelfs als slachtoffer kunnen zien. Op de prachtige omslagtekening zien we al die Carmiggelts tegen een overduidelijk Amsterdams decor. Het uiterlijk van het boek past daardoor goed bij de inhoud.

Een paar keer heeft Matena niet gekozen voor een strip met tekstballonnetjes, maar voor stroken, met daaronder de tekst, zoals we dat ook kennen van de verhalen over Olivier B. Bommel of Erik de Noorman. Dat is allemaal in orde; Matena is een vakman en beheerst alle vormen. Maar bij zo’n strokenstrip heb je soms wel de neiging om de tekeningen wat minder aandacht te geven.

Hebben de verhalen van Carmiggelt de tand des tijds doorstaan? Matena heeft een keuze gemaakt uit een enorme hoeveelheid en minder geschikte of minder goede verhalen kon hij gemakkelijk laten vervallen. Bij de verhalen die uiteindelijk verstript zijn, zitten enkele klassiekers, zoals Het woord waarin het woord ‘epibreren’ zijn intrede deed in het Nederlands. Het is altijd prettig om dat soort verhalen terug te lezen.

Enkele kleine ‘mopjes’ krijgen een apart strookje. Tja, ook Carmiggelt, maar niet de top-Carmiggelt. Bij de uitgave Gedundrukt (2013) vond ik dat de teksten het zo goed gehouden hadden. Nu heb ik toch mijn twijfels. Natuurlijk, de Kronkelaar heeft een uitstekende stijl, maar soms is die ook een beetje gekunsteld:

“Geduldig mijn vrije dag verwandelend, stiet ik eensklaps op Fritsje, een buurjochie van vijf, dat, ver van huis, in zijn eentje liep te banjeren als een varensgast. ‘Wat doe jij hier?’ vroeg ik met de bemoeizucht die het ongeschreven recht is van de vrijmetselarij der vaders.”

De komma’s en daardoor het gebrek aan vaart; de manier van beschrijven die gewichtig aandoet, wat niet zo past bij het onderwerp: de ontmoeting met een buurjochie; de wat zelfgenoegzame woordkeuze. Niet slecht, helemaal niet, maar misschien wat gedateerd. Ik had de neiging om soms te mompelen: ‘Man, schiet op!’

Een andere keer werkt het wat afstandelijke taalgebruik juist weer goed:

“Terwijl ik alleen thuis was met mijn zoontje dat in de hoek van de kamer vredig met zijn puzzeltje frutselde, belde er opeens een jongedame aan, wier sublieme attracties allerlei welhaast vergeten faculteiten in mij bloot woelden.”

Hier is de taal de manier om indirect te laten zien dat de ‘ik’ moeite doet om zichzelf onder controle te houden, om afstand te houden. Door de discrepantie tussen de taal en het gevoel dat daaronder zit, wordt het verhaal (Visite) spannend en hilarisch tegelijk.

Matena gaf Visite lekker veel kleur. Op het laatste plaatje zie je een licht karikaturaal getekende man schuin naar de jongedame gluren. Op de achtergrond de teleurgestelde Carmiggelt. Daartussen de jochies die duidelijk ook onder de indruk zijn. Een tekening waarop veel gebeurt: je ziet een scène uit het verhaal, maar Matena tekent meer. Na een tijdje kijken, kun je bij elk personage een heel leven verzinnen.

Niet alle verhalen konden me boeien, maar de meeste wel. Op zijn goede momenten is Carmiggelt heerlijk. Als hij in gesprek is met volkse types is hij op zijn best. Hij weet die uitstekend te typeren. Die gesprekken geeft hij direct weer, met fijne tussenzinnetjes vol ironie en rake typeringen.

“Daarom was hij wat praterig tegen de kastelein, die maar van ja knikte om er af te wezen. De bazin zat zeer vleselijk ter zijde – een onontkoombaar Waterloo voor mannelijke levenslust.”

Vind ik dat dan niet gekunsteld? Nee, want hier is de beschouwer aan het woord, die afstand heeft en verder niet direct iets te maken heeft met de personages die hij opvoert. Hij heeft juist die afstand nodig om hen te kunnen schetsen.

En de tekeningen? Ik heb er al iets over gezegd en het is lastig om er iets objectiefs over te zeggen, want ik hou erg van het werk van Matena: hij kan sober zijn als dat moet, maar ook flink uithalen in echte kijkplaten. Hij is een meester in het tekenen van gezichtsuitdrukkingen, vooral als die niet zo uitgesproken zijn. Dan zie je personen bij wie je veel vermoedt, zonder dat dat allemaal uitgesproken wordt.

In dit boek met Kronkels wordt Carmiggelt geëerd, maar ook wordt weer eens duidelijk hoe goed Matena is in het verbeelden van literatuur.

Matena schrijft trouwens ook zeer onderhoudend, wat blijkt uit zijn stukken in Eppo. Wordt het niet eens tijd dat een uitgever met een grote zak geld de meester overhaalt om daar eens een mooi geïllustreerd autobiografisch boek van te maken?

Dick Matena – Kronkels (naar Simon Carmiggelt). De Arbeiderspers. 184 pagina’s. € 25,00.