Nieuwsbrief

Strips

In The Con Artists blijven de tekeningen wat achter op het verrassende plot

The Con ArtistsThe Con Artists begint met een eigenaardige proloog. De auteur voert zichzelf op als stripfiguur, die ons vertelt dat overeenkomsten met bestaande personages en situaties berusten op toeval, waarna hij een snor opplakt, zich omkleed en het verhaal begint met hemzelf in de hoofdrol. Na de eerste pagina’s ben je de proloog vergeten en lees je gewoon het verhaal zonder bijgedachten.

Het gaat over Frank die een telefoontje krijgt van zijn jeugdvriend Giorgio, een kleurrijke figuur die hij zo’n twee keer per jaar ziet en die het best te genieten is in kleine hoeveelheden. Giorgio is onder een bus gelopen en heeft hulp nodig. Frank haast zich, vrezend voor de staat waarin hij Giorgio zal aantreffen, maar als hij aan komt bij het ziekenhuis staat Giorgio ontspannen een sigaretje te roken. Het totaal aan letsel: één gebroken arm. Hij kan pas over een aantal weken geopereerd worden en tot die tijd mag hij zijn arm niet gebruiken. Giorgio voelt zich onwennig in de rol van hulpbehoevend persoon, terwijl Frank direct in een verzorgende modus springt. Hij biedt aan om tijdelijk bij Giorgio op de bank te slapen zodat hij hem kan helpen, wat door Giorgio dankbaar wordt geaccepteerd.

The Con ArtistsGaandeweg Franks verblijf wordt duidelijk dat hij en Frank andere karakters hebben. Giorgio vat alles lichtzinnig op, regels en adviezen interpreteert hij losjes. Voor Frank geldt dat zeker niet. Hij is in therapie voor een cognitieve angststoornis. Het dagelijks leven levert hem stress op en hij neemt het leven serieus. Dat zorgt voor irritaties. Meer en meer ergert Frank zich aan Giorgio en vraagt hij zich af of hij misschien misbruik maakt van de situatie.

Giorgio is de eerste con artist, of bedrieger in dit verhaal; hij verdient zijn geld met het oplichten van postorderbedrijven. Als Frank dit ontdekt schrikt hij door het gemak waarmee Giorgio dit rechtpraat en onwillekeurig vraagt hij zich af of dat het enige is waar hij over liegt. De tweede bedrieger is Frank. Hij is een weinig succesvolle stand-up comedian met een angststoornis en een schrijnend gebrek aan zelfvertrouwen. Bij elke show heeft hij het gevoel zijn publiek te belazeren en dat het succes uitblijft, maakt het er niet beter op. Frank voelt de druk meer tijd te steken in zijn stand-up werk, wetende dat hij verzaakt om voor Giorgio te zorgen.

Het zorgt voor wrijving die op zeker moment escaleert en er voor zorgt dat Frank met zijn gezicht plat op de stoep terecht komt. Op dat moment verliest Frank zijn snor en bril en voor twee plaatjes ligt daar auteur Luke Healy op de grond en herinnert de lezer zich ineens de omkleedtruc in de proloog. Het zal later nog een keer gebeuren dat Frank uit zijn rol valt en Luke Healy wordt. Healey trekt duidelijk een parallel tussen hemzelf en Frank en hoewel het nog steeds mogelijk is dat het verhaal fictief is, zal het personage Frank waarschijnlijk in veel opzichten op Healy lijken. Die indruk wordt versterkt door Franks sessies bij de psycholoog. Zij vertelt hem steeds dat hij zich verschuilt, alsof ze enkel een masker te zien krijgt. Als de auteur die zich verschuilt achter zijn alter ego.

The Con ArtistsHealy werkt op een onverwachte, maar meesterlijke manier naar een climax toe, waarop Frank tot een inzicht komt dat zo allesomvattend is, dat je je afvraagt of hij op dat moment met een ongemeen heldere blik naar de wereld kijkt, of juist definitief paranoïde is geworden. Een wake-up call waar niet alleen Frank van duizelt maar ook de lezer. Healy heeft hiermee een zeer treffende apotheose gevonden voor een verhaal over het trekken en respecteren van persoonlijke grenzen en de wederzijdse verantwoordelijkheid die daarbij komt kijken. 

Zo indrukwekkend als het plot in elkaar zit, zo bedremmeld is het tekenwerk. De eenvoudige decors en de klare lijn doen denken aan het werk van Adrian Tomine. Maar waar Tomine met expressieve personages en de juiste (attributen in zijn) decors zijn verhalen scherpte en extra gelaagdheid weet te geven, laat Healy het op die vlakken toch een beetje liggen. Zijn tekeningen ogen vriendelijk, maar ook wat statisch – niet in de laatste plaats doordat elke pagina uit dezelfde zes kaders bestaat – en de vergelijking met pratende hoofden dringt zich zelfs af en toe op. Daar komt bij dat Healy, als vanouds, zuinig is met zijn teksten. Daardoor wordt het gemis aan informatie in het beeld dubbel gevoeld. In zijn vorige boek, How to Survive in the North, had Healy met een betoverend mooi kleurenpalet gewerkt en waren de pagina’s gevuld met twaalf tekeningen per vel waarin vrijwel altijd iets gebeurde. Dan voelt een verhaal, ook als het een keer iets te traag verloopt, toch goed gevuld. The Con Artists kent dat voordeel van de twijfel niet en geeft, ondanks een sterk verhaal met een verrassende wending (en dus een dikke voldoende), toch het gevoel dat er nog net iets meer in had gezeten.

Luke Healy – The Con Artists. Faber. 152 pag. hardcover. $ 16.99