Nieuwsbrief

Strips

Tweemaal (verschillend) fout in de oorlog: Kraut en Drieman

Nu de trivialisering van de holocaust in versneld tempo gaat – vaccinatieweigeraars vergelijken zich schaamteloos met Anne Frank of Sophie Scholl – voelt het goed om twee serieuze graphic novels over de pijnlijke erfenis van de Tweede Wereldoorlog opnieuw ter hand te nemen. En te vergelijken.

Kraut-omslagIn 2000 verscheen Peter Pontiacs Kraut bij uitgeverij Podium. Het is een lange persoonlijke brief aan diens vader die de foute kant koos en die bovendien later spoorloos verdween. Indringend, wijdlopig, virtuoos en hier en daar ook humoristisch. Het is vintage Pontiac: hypergedetailleerd. De horror vacui kenmerkt zijn teksten zoals ook zijn tekeningen. Hij eist veel van zichzelf én van de lezer. Het is een lange zit; de tekst is in handgeschreven kapitalen, cursief met schreven en uithalen en vol leenwoorden uit het Engels, Duits, Frans, Latijn en zo meer. Dat er tot op heden alleen een Spaanse vertaling is gerealiseerd, is niet zonder reden; de vertaler zal er een flinke kluif aan hebben gehad.

Kraut is een literaire belevenis, maar de auteur somt het zelf bondig op als ‘Waarom fascist, waarom vermist?’, dus je mag je afvragen hoeveel van die barokke aanpak nodig was. Die overdadigheid zou je misschien eerder van een Belgische auteur verwachten (Nederland is immers Calvinistisch-zuinig), daarom is het frappant dat het in 2020 verschenen Drieman van de Vlaamse auteur Wide Vercnocke juist opvalt door zijn sobere, poëtische benadering. Hier wordt de grootvader over zijn collaboratie bevraagd; “Waarom heeft u weggekeken van de gruwelen van de kampen?” Maar hij kan niet antwoorden, want net als Pontiacs vader is hij dan al overleden.

Drieman-omslagWaar Pontiac terloops opmerkt dat hij dezelfde neiging tot moralistische Prinzipienreiterei als zijn vader heeft en waarschijnlijk meer op hem lijkt dan hem lief is, dringt bij Vercnocke de netelige vraag op de voorgrond hoeveel van het kwaad overgeërfd kan worden. Of wat je zelf gedaan zou hebben als je in de jaren dertig een jonge man geweest was. Er valt voor Vercnocke ook niet aan te ontkomen, want hij lijkt fysiek op zijn grootvader: een knipbeurt volstaat om een dubbelganger te worden. En dan is er nog de vader, de persoon die beiden verbindt, een poëtische geest. Het verhaal bestaat goeddeels uit een treinreis naar zijn vader en het gezamenlijk bekijken van oude foto’s. De naam van Ferdinand Vercnocke-de-collaborateur is bekender dan die van Joop Pollmann, Pontiacs vader, dus dit is een reden waarom de figuur niet uitgebreid hoeft te worden geïntroduceerd, maar de spaarzame aanpak is niet minder veelzeggend.

In zekere zin maakte Pontiac een geïllustreerde roman waar de worsteling van elke pagina spat. Vercnocke zal ook geworsteld hebben, maar maakte meer gebruik van de mogelijkheden van het medium – en dat doet hij elegant. Niet dat het ene boek beter is dan het andere. Het zijn beide buitengewoon integere stripromans. Het oordeel is aan de lezer.

Peter Pontiac – Kraut. Podium. 168 p. € 21,00

Wide Vercnocke – Drieman. Bries. 120 p. hardcover. € 27,00