Strips

Rommelgem kietelt waar het kietelen moet, maar kan nog wel wat peper gebruiken

Rommelgem-omslagIntegrale uitgaven zijn niet de enige kurk waarop de huidige stripmarkt drijft. Ook spin-off series dragen aardig wat dobberend vermogen bij. Met de reeks die tegenwoordig door het leven gaat als Robbedoes door… wist uitgeverij Dupuis in 2006 haar belangrijkste held voor een roemloze aftocht te behoeden. Sindsdien zijn er alleen al in die reeks twee keer meer albums verschenen dan in de hoofdreeks. Dankzij het succes werden er bovendien gretig nieuwe reeksen aan toegevoegd: Hoop in bange dagen (Emile Bravo), Robbedoes en Kwabbernoot Special (Charel Cambré, Marc Legendre), Mademoiselle J. (Yves Sente, Laurent Verron) en Pancratius Edelhart Ladislas Philippus, graaf van Rommelgem (Béka, David Etien).

RommelgemRommelgem speelt zich, zoals meer van bovenstaande series, af in de Tweede Wereldoorlog. Pancratius is nog jong, maar ook dan al een briljant geleerde met een zwak voor paddenstoelen. In het eerste deel, genaamd Enigma, verruilt Pancratius zijn woonplaats Rommelgem voor het Britse Bletchley waar hij zich samen met een aantal andere knappe koppen zal inzetten voor de Britse geheime dienst. Dat doet hij samen met zijn vriend professor Black en de briljante Blair MacKenzie. Hun eerste opdracht is het kraken van de Enigma Machine, het befaamde encryptie-apparaat van de Duitsers. In deel twee, Patiënt A, reist het drietal af naar de verblijfplaats van Adolf Hitler om twee wetenschappers – bekend uit het Franquin-album De bezoeker uit de oertijd – te bevrijden uit de klauwen van de Nazi’s.

RommelgemRommelgem hinkt op twee benen, fraai geïllustreerd door twee nevenpersonages in Enigma: de wetenschapper Alan Turing en James Bond auteur Ian Fleming. Om met die eerste te beginnen: in elk verhaal spelen (historische) wetenschappelijke feitjes een belangrijke rol. Zo wordt in het eerste deel breeduit uit de doeken gedaan hoe de Enigma Machine werkt en welke slimme methodes de drie vrienden verzinnen om de sleutel te achterhalen. In het tweede deel leren we hoe een nucleaire kettingreactie werkt en hoe ons zenuwstelsel signalen overdraagt. (In die tijd was het eerste overigens nog louter theorie en werd over het tweede nog druk gespeculeerd, maar vooruit.) Deze passages voelen soms wat schools aan, vooral in het eerste deel waarin ze behoorlijk wat ruimte krijgen. Deze weetjes zijn overigens wel op historische feiten gebaseerd. Dat de Duitsers beschikten over de Enigma Machine weten we inmiddels, maar dat de Duitsers (en overigens ook de Britten en de Amerikanen) hun soldaten op de been hielden met methamphetamine is minder bekend. Het middel, dat we tegenwoordig vooral kennen onder de naam crystal meth, werd inderdaad verstrekt als pillen onder de naam Pervitin, waarvan onze helden enkele buisjes in handen krijgen. In Patiënt-A speelt het een belangrijke rol.

Tegelijkertijd probeert Béka de avontuurlijke Robbedoes-sfeer in de verhalen te brengen met James Bond-achtige actie. In het eerste deel moeten we het vooral hebben van de onstuimige acties van Blair MacKenzie, die in Rommelgem de rol krijgt die IJzerlijm nooit gegund was, maar in het tweede deel is meer ruimte voor actie en wordt er gerend, gevlucht en geracet, met onder meer een gemodificeerde auto die in een James Bond-film niet had misstaan.

RommelgemDeze mix van brains and brawn werkt best aardig. De actie is niet overweldigend en de wetenschappelijke intermezzo’s remmen de vaart, maar de combinatie geeft de serie wel een eigen karakter en een zekere charme. Belangrijkste reden dat de verhalen vermaken is het feit dat Béka een lekker ritme in zijn verhalen weet aan te brengen. Alles vloeit goed. En dankzij het meesterlijke tekenwerk van David Etien in een onvervalste atoomstijl voelt Rommelgem als een warm bad.

Grootste olifant in de kamer is Pancratius zelf. Robbedoes lezers kennen de graaf als een verstrooide, maar ook wilskrachtige en excentrieke man die altijd kleur gaf aan de verhalen waarin hij een rol speelde. In Rommelgem wil dat nog niet zo lukken. Behalve vriendelijk, is Pancratius vooral kleurloos, het braafste jongetje van de klas. Een paddenstoelenfetisj en het stopwoordje sapperloot veranderen daar weinig aan. Het zou welkom zijn als de graaf in de komende delen dwarser en uitgesprokener wordt, want de serie mist ruggengraat en verrassing. Kenden we Pancratius niet uit Robbedoes en Kwabbernoot, dan had ik geadviseerd de serie MacKenzie te noemen.

Béka en David Etien – Rommelgem 1: Enigma / Rommelgem 2: Patiënt A. Dupuis. 64/48 pagina’s, kleur. € 8,50