Nieuwsbrief

Strips

Bella ciao, bella ciao, bella ciao ciao ciao

In de racismediscussie gaat het zelden over hoe Italianen jarenlang als een minderwaardig volk werden gezien. In de Verenigde Staten hingen er op winkeldeuren net zo goed bordjes met de tekst ‘No Italians’ als met ‘No blacks’. En zoals gastarbeiders ook nu overal ter wereld vaak worden gezien als mensen die hier ‘ons werk’ komen inpikken, zo ging dat 150 jaar geleden niet anders met Italianen die hun met bittere armoede kampende land ontvluchtten, op zoek naar een beter bestaan.

Het nieuwe werk van Baru opent met een zwarte bladzijde uit de geschiedenis. Bij de Zuid-Franse stad Aigues-Mortes werkten eind 19de eeuw veel Italiaanse gastarbeiders bij de oogst van zeezout. Door de economische malaise in Frankrijk was de werkloosheid er destijds hoog. In 1893 ontstond een twee dagen durende lynchpartij onder de Italiaanse ‘banenpikkers’. Er werden mensen doodgeslagen, verdronken en neergeschoten. De schattingen van het aantal dodelijke slachtoffers lopen uiteen van 8 (het officiële aantal) tot 150.

De Franse stripmaker Baru (echte naam Hervé Barulea) stamt af van Italiaanse immigranten. In Bella ciao wil hij hun verhaal vertellen. Daarvoor weeft hij verhalen van andere migranten en zijn eigen familiegeschiedenis door elkaar

Van Baru hebben we in Nederland al even geen nieuw werk meer gezien. Jammer, want met albums als Onderweg, Vluchtweg naar de zon en Laat die bassen beuken, Bruno! bewees hij een geweldige verhalenverteller te zijn. Zijn pagina’s zijn doorgaans opgebouwd uit een beperkt aantal individuele plaatjes zonder onnodig lange dialogen, wat de vaart in zijn beeldverhalen er wel inbrengt.

En ook zijn tekenwerk staat altijd in dienst van de vertelsnelheid. Grove lijnen en herkenbare, karikaturale koppen die hier en daar doen denken aan het werk van Tardi, maar dan een mediterrane versie ervan.

In Bella ciao stokt die vaart soms. Baru heeft van zijn nieuwe werk ook een soort geschiedenisboek willen maken. Dat hoeft de vertelling niet in de weg te zitten, zoals blijkt uit het ijzersterke openingshoofdstuk over het bloedbad in Aigues-Mortes. Maar het hoofdstuk over de ontstaansgeschiedenis van het bekende partizanenlied Bella ciao valt helaas uit te toon door voor Baru’s doen veel statische plaatjes met ellenlange dialogen waarin de geschiedenis van het lied uit de doeken wordt gedaan. Al is de inhoud van die dialogen dan wel weer fascinerend.

De overgangen van het ene naar het andere hoofdstuk zijn nogal abrupt. Baru suggereert dat hij alle verhaallijnen later nog zal laten samenvloeien, maar of dat ook gebeurt is afwachten. Bella ciao is immers het begin van een drieluik. Het tweede deel moet eind dit jaar verschijnen. Knap is wel hoe Baru de lezer bij de hand neemt door voor elk verschillend tijdsgewricht een net iets andere tekenstijl of kleurgebruik te hanteren, zodat in één oogopslag duidelijk is welk hoofdstuk waarbij aansluit of juist niet.

Ondanks de mindere punten in het album, doet het verlangen naar meer. Baru introduceert veel personages in dit boek wier levensgeschiedenissen stuk voor stuk nieuwsgierig maken naar wat komen gaat. In het laatste hoofdstuk waarin hij zichzelf opvoert, verwijst Baru ook naar de nooit in het Nederlands uitgegeven semi-autobiografische reeks Les Années Spoutnik. Ook iets wat nieuwsgierig maakt. Baru is een rasverteller wiens werk een groter publiek verdient.

Baru – Bella ciao: uno. Uitgeverij Concerto. 136 pagina’s hardcover. € 27,99