Nieuwsbrief

Strips

Frivole debuutstrips Peter de Wit gebundeld in kleurrijk koffietafelboek

Stampede-OmslagPeter de Wit is al jaren een van de meest alomtegenwoordige stripmakers van Nederland. Zijn krantenstrips Sigmund en Single (waarvoor hij de scenario’s maakt) zijn al decennia succesvol. En daarvoor behoorde hij járenlang tot de vaste waarden van stripbladen als Eppo, Eppo Wordt Vervolgd en Sjors en Sjimmie Stripblad. Maar ook De Wit is ooit ergens als jong broekie begonnen. Zijn eerste schreden op het stripvlak maakte hij in 1979 met de humoristische cowboystrip Stampede. Uitgeverij Sherpa heeft de pagina’s en strookjes die destijds in Eppo zijn verschenen opgediept en in een kloek koffietafelboek gebundeld.

Zo wordt dik veertig jaar na dato recht gedaan. Want hoewel er in de jaren ’80 wel een zwart-wit album(pje) van Stampede verscheen, zullen veel De Wit-fans dit vroege werk niet kennen. En dat is ten onrechte. Stampede is misschien wel het meest frivole werk dat de humorist gemaakt heeft.

StampedeIn oude interviews vertelde De Wit hoe hij als kind graag cowboys tekende, “misschien omdat ik op een boerderij woonde of omdat ik gek was op Lucky Luke”. In elk geval kreeg hij van Martin Lodewijk, destijds redacteur van het stripblad, de kans een eigen humoristische cowboystrip te tekenen. Dat werden de belevenissen van Voorman, Banjo, Scout, Stofbijter en kok Pedro. In de stijl van door De Wit bewonderde Amerikaanse stripmakers als Gordon Bess (Roodoog) en Mort Walker (Flippie Flink) maakte hij gags in allerlei formaten om de ruimte tussen de advertenties in het blad op te vullen.

Wie al die stripjes nu achter elkaar leest, ziet een tekenaar die op zoek is naar wat hij allemaal kan. Waar hij zijn latere strips allemaal maakt in een vast stramien, deed hij dat in zijn beginjaren nog niet. Hij zoekt nog een vaste tekenstijl, experimenteert met kleur, met achtergronden, met pagina-indeling en leert in de loop der jaren met steeds minimalere tekeningen een grap uit te beelden.

StampedeWie door die omschrijving denkt dat Stampede een jeugdzonde is van De Wit, doet het werk te kort. Want al vanaf de eerste stripjes die hij inlevert bij de redactie, bewijst De Wit een meester te zijn in het maken van een grappig plotje. Niemand in Nederland beheerst de punchline zoals hij dat doet. Daar heeft hij blijkbaar nooit voor hoeven oefenen, dat kon hij al vanaf het begin bewijst hij met Stampede.

In Eppo viel Stampede meteen op. Het knalde van de pagina’s. En dat doet het nu nog steeds. Niemand tekende paarden en koeien zoals De Wit, en niemand had zo’n speelse lettering als hij. Het oogt allemaal zo kinderlijk eenvoudig, maar dat er in al die jaren nooit een De Wit-imitator is opgestaan, zegt genoeg: wat hij doet is hondsmoeilijk en uniek.

In een begeleidend interview vooraan in deze bundel vertelt De Wit hoe hij er ook al in zijn beginjaren van droomde krantenstrips te maken. Dat hij een man van korte sprintjes is en geen man van lange scenario’s. Op die kunst van de korte grap wordt ten onrechte nog wel eens neergekeken. Gagstrips zijn zelden voor de eeuwigheid: bundelingen worden niet herdrukt en eindigen doorgaans als 50 eurocent-boekje in een tweedehandsbak. Dat zal met de luxe-uitgave van Sherpa vast en zeker niet het geval zijn. Koop het en leg het neer op een plek waar je het nog jaren kunt oppakken en doorbladeren. Om je te vergapen aan een kunstje wat niemand anders kan. Maar vooral ook om gewoon te kunnen schuddebuiken van het lachen.

Peter de Wit – Stampede. Uitgeverij Sherpa. 192 pagina’s. harde kaft. € 29,95