Nieuwsbrief

Strips

Graven in het verleden: Serena Katts onderzoek naar haar opa’s ervaringen in de Hitlerjeugd

Op de voorkant van Sunday’s Child (2019) zien we een jongetje in uniform op de rug, kaarsrecht met zijn handen langs zijn lichaam, zijn haar in een kenmerkend kapsel met opgeschoren zijkanten en een langere bovenkant. Hij kijkt naar een groot schilderij waar we maar een klein deel van zien, maar het laat zich raden dat het jongetje Adolf Hitler aanschouwt. In het voorwoord richt de Duits-Britse tekenaar Serena Katt zich tot haar overleden opa, Günter Kazcinski: “I want to tell your story because I want to understand you better. But I’ve come to realise that you didn’t leave me a complete story to tell. There are so many gaps in my understanding of your experiences that I will have to invent things, add things, feel my way into your life. I will have to put words in your mouth, and add the feelings that I think you felt.”

Katts boek is een zoektocht naar het verleden van haar opa, die in 1938 als tienjarige jongen lid werd van de Hitlerjugend en vervolgens zeven jaar betrokken was bij de organisatie. Katts opa was gereserveerd over het verleden; wanneer ze hem vraagt naar zijn familiegeschiedenis, geeft Kazcinski haar een net uitgetypt CV met zijn chronologische levensgang. Dit beknopte overzicht van haar opa’s leven en een aantal foto’s uit zijn jeugd die ze later van zijn zus Inge krijgt – met een trots ogend jongetje in Nazi uniform – vormen de basis voor Sunday’s Child: Katts poging om haar opa beter te leren kennen en haar manier om hem, postuum, te ondervragen over zijn tijd bij de Hitlerjeugd. Door een dialoog te creëren tussen haar opa’s schaarse informatie, historische documenten en haar eigen onderzoekende blik poogt Katt een meer volledig beeld te krijgen van haar opa’s ervaringen.

Sunday's Child propagandaKatts werk oogt niet direct als een standaard stripboek. Ze gebruikt geen tekstballonnen, panelen of ‘gutters’, maar toont grote potloodillustraties van scènes die eruitzien als geposeerde foto’s. Katts afbeeldingen zijn gebaseerd op familiefoto’s en historische afbeeldingen die meermaals overgetrokken en opnieuw getekend zijn. In een interview] bespreekt Katt het proces van het telkens overtekenen van de foto’s, waarbij ze bij elke nieuwe versie kleine details aanpaste. Ze vertelt dat deze werkwijze enerzijds empathie creëerde voor de afgebeelde personen, terwijl met elke nieuwe tekenronde de vervorming en verwijdering van het origineel ook groter werd.

Het resultaat is opvallend in zijn ongemak: de afgebeelde mensen zien er houterig uit, als uitgeknipte poppetjes in hun omgeving neergezet. In het bijzonder de afgebeelde kinderen krijgen door deze stijlkeuze iets fragiels en kwetsbaars. De tekenstijl weet prachtig te schuren wanneer we ons realiseren hoe deze jonge kinderen in hun stijfgeperste uniformen als ideologische pionnen ingezet kunnen en zullen worden. De alomtegenwoordigheid van de Nazi-ideologie wordt door Katt ook extra benadrukt door propagandaposters met titels als “Youth serves the Führer” en “You came here as boys, you will leave as men” die elk van de hoofdstukken in het boek omlijsten.

Sunday's Child gymmenIn Sunday’s Child gaat Katt het gesprek aan met haar opa; ze laat hem aan het woord in de tekst rondom de afbeeldingen, maar voegt vaak haar eigen gedachtes en commentaar toe in cursief. Zo worden de wat droge en beknopte beschrijvingen van haar opa door Katt in woord en beeld aangevuld, bevraagd en gewogen. Een korte beschrijving van Günters ervaring bij een opleiding tot leraar (de zogenaamde Lehrerbildungsanstalt) leest: “Next morning, gym class again, 7am”. De dubbele pagina toont een groepje jongens met ontbloot bovenlijf in een gymzaal. Ook hier toont zich een ongemakkelijkheid; de afbeelding mist dynamiek en expressie, in plaats daarvan staan de jongens wat onbeholpen bij elkaar en één van hen heeft geen gymschoenen aan. Katt weet door tekeningen als deze mooi de nadruk te leggen op de jonge leeftijd van de leden van de Hitlerjeugd. De knokige, slungelige en opgroeiende subjecten in haar boek zijn de ideologische belofte van het Derde Rijk, maar het zijn ook nog maar kinderen die door het systeem gevormd, gekneed en gedrild worden. Opa’s wat droge beschrijving op de linkerpagina wordt rechts dan ook direct door Katt aangevuld: “I’ve read about how sadistic some Hitler Youth boys are, and how long you have been encouraged to use violence against each other. A man writes about the sexual assaults that are commonplace among boys in the camps, used by one to assert power over another”.

Sunday's child these crimes your faultKatt creëert een dialoog tussen verschillende bronnen en haar eigen gedachtes om zo haar opa’s stiltes te interpreteren. Günter Kazcinski stond bekend als een zondagskind; niet alleen werkt hij zichzelf snel op binnen de rangen van de Hitlerjeugd, hij weet ook de gruwelen van de oorlog te vermijden en na 1945 krijgt hij snel zijn leven weer op de rit. Katt bevraagt dit narratief en probeert de emotie die afwezig is in haar opa’s CV terug te brengen in zijn verhaal. Wat voelde haar opa bij zijn initiatie tot de Hitlerjeugd, bij de zomerkampen die als militaire trainingsgrond golden, en wanneer hij bij het front aankomt als vrijwilliger en daar door een officier linea recta naar huis wordt gestuurd?

Daarnaast vraagt ze zich ook meermaals af waar het morele besef is: “How much was blind willingness, or even your own conviction, and how much was forced?” Günter heeft in zijn leven weinig laten merken van enige reflectie op zijn jeugd, de oorlog en zijn rol daarin. Katt stelt dit aan de kaak op een pagina waar na de oorlog een groepje mensen kijkt naar een poster met de titel “These crimes: Your fault!” voorzien van foto’s van de lichamen van Holocaustslachtoffers. Katt vraagt haar opa – en vele andere Duitse opa’s en oma’s – “You’re confronted with what really went on, but did you have no clue before? Did you all really not know?” Katt krijgt, natuurlijk, geenszins een bevredigend antwoord op al haar vragen, maar met het stellen ervan schijnt ze een licht op een generatie die, in mindere en meerdere mate, betrokken was bij het Nationaal Socialisme.

Het raakt een complex gebied: mensen werden door het regime aangespoord om hun kinderen lid te maken van de Hitlerjeugd – later werd er zelfs gedreigd met vervolging. In 1939 waren er zo’n acht miljoen kinderen lid, dat is een enorm aantal jonge mensen dat ideologisch klaargestoomd wordt. Kan je deze jonge generatie verantwoordelijk houden voor hun betrokkenheid? Katt stelt de vraag, maar laat het beantwoorden ervan over aan de lezer.

Het is echter niet zo dat Katt haar boek alleen maar gebruikt om een kritische noot toe te voegen aan haar opa’s herinneringen. Ze gaat daarnaast ook op onderzoek naar de aantrekkingskracht van de Hitlerjeugd. In contrast met het jongetje dat in zijn eentje op de voorkant van het boek staat, beeldt Katt de leden voornamelijk af in een groepssetting. De visuele herhaling van deze groepen communiceert ook iets over de groepsidentiteit en het gevoel van gemeenschap dat ook onderdeel moet zijn geweest van het lidmaatschap. Katt sluit een beschrijving van de ideologische indoctrinatie bij de Hitlerjeugd dan ook af met de zin: “But still, it feels so good to belong, right?” Katt verbindt deze hang naar het ergens bijhoren ook aan de voorgeschiedenis van de Kazcinski-familie, waarbij Günter Kazcinski’s vader na een familiebreuk als Poolse immigrant naar Duitsland kwam na de Eerste Wereldoorlog.

Het lidmaatschap van de Hitlerjeugd was, gezien deze achtergrond, ook een manier om te integreren en erbij te horen. Het gevoel onderdeel te zijn van iets groters wordt het meest treffend verbeeld in een woordeloze sequentie waarin een groepje jongens door een groot en donker bos trekt en uitkomt bij het Neurenbergterrein, waar de groepsleden nietig zijn in het aanzicht van de imposante architectuur. De scène staat wat los van de rest van het werk en heeft iets weg van een droomsequentie. De woordeloze pagina’s krijgen daardoor bijna iets magisch, alsof ze een klein inkijkje geven in de aantrekkingskracht van de Hitlerjeugd voor de jonge tieners die lid waren.

Sunday’s Child is een gebalanceerd werk waarin Katt haar persoonlijke familiegeschiedenis verbindt aan grotere vragen over morele verantwoordelijkheid. Het mooi vormgegeven, maar niet direct zeer toegankelijke intergenerationele ‘gesprek’ tussen Katt en haar opa zal waarschijnlijk niet een breed publiek aanspreken, maar het is een opvallend werk binnen het genre van strips over de Tweede Wereldoorlog.

Serena Katt – Sunday’s Child. Jonathan Cape. 176 pagina’s, hard cover. £ 16.99