Nieuwsbrief

Wegwijzers

Strips voor kinderen van 6 tot 12: leuke series voor de jonge lezer

Niets mis met de Donald Duck, laat dat voorop staan, maar de Nederlandse jeugd zou beslist eens verder kunnen kijken dan het universum van Disney als het op strips aankomt. In deze Wegwijzer raden we een aantal goede stripseries aan die geschikt zijn voor kinderen van 6 tot 12.
Wie goede suggesties heeft, wordt van harte uitgenodigd bij te dragen: we blijven deze lijst uitbreiden.  We horen graag welke strips het goed doen bij de jeugd, dus vaders en moeders: laat van je horen.

Yakari – Derib & Job, Dargaud.
Voor kinderen van 6 tot 9 jaar.

Klassieke kinderstrip over een indianenjongetje dat met dieren kan praten. De vriendelijke verhalen hebben een duidelijke insteek: het gaat om goede deugden, zonder dat het opgelegd of oubollig wordt. Zorg voor de natuur en liefde voor mens en dier staan voorop. De prachtige tekeningen vervelen nooit, zelfs ouders die met de kleine sioux zijn opgegroeid zullen verrast zijn hoe innemend de verhalen nog steeds zijn. Yakari is een van de zeldzame strips die ook goed voor te lezen zijn. En vooral: de strips zijn veel sympathieker dan de tekenfilmserie van televisie.

Dog Man – Pilkey, Uitgeverij Condor.
Voor kinderen van 6 tot 10 jaar.
Hilarisch grappige stripverhalen rond Dog Man, die half agent en half hond is. Inmiddels zijn er vier dikke boeken verschenen die heerlijk weglezen. Met spannende en vooral lachwekkende verhalen over Kid Kat en honderd andere figuren, waaronder de altijd kwaaie Karel, Vega-man, een gekloonde kat en een bottendino.
Genomineerd door de Nederlandse Kinderjury in 2019, en terecht. De verhalen lezen als een trein, vooral dankzij de geweldige vertalingen van kinderboekenschrijver Tjibbe Veldkamp.

Het dagboek van Cerise – Neyret & Chamblain, Silvester.
Voor kinderen van 9 tot 12 jaar.
Een ontzettend leuke, mooie, lieve, grappige en ontroerende stripreeks, in een bijzondere mengvorm van strip en dagboek.
Cerise is een meisje van tien dat een dagboek bijhoudt omdat ze later schrijver wil worden. Alles wat ze met haar vriendinnen Lindsey en Erica meemaakt, schrijft ze op. In de strip wordt dit afgewisseld met het verslag van de belevenissen zelf. Een vriendelijke en spannende leeservaring, die iets meer tijd vergt dan een “gewone” strip. Het eerste deel, De stenen dierentuin, is een heel mooi verhaal om mee te beginnen.

Babbel & Boef – Bertolucci & Brrémaud, Dark Dragon Books.
Voor kinderen van 5 tot 7 jaar.
Aandoenlijke verhaaltjes over het kleine, bangige hondje Boef en zijn avontuurlijk ingestelde tegenpool: het stoere eekhoorntje Babbel. Samen gaan ze op de klassieke manier op avontuur, ze trekken over de hele wereld. De verhaaltjes zijn eenvoudig te volgen en daarom vooral leuk om voor te lezen. Het lijkt een beetje op Woezel en Pip, behalve dat Babbel & Boef wat reislustiger zijn. Instapstripserie, waarvan al zes deeltjes verschenen zijn.

De muziekdoos – Gijé & Carbone, Dupuis.
Voor kinderen van 8 tot 12 jaar.
Prachtige fantasy-strip over een meisje dat in een muziekdoos kruipt en daarbinnen allerlei fantastische avonturen beleeft.
Een serie vol prachtige wezens, andere werelden en magische momenten. Leuk als je al fantasy-boeken leest, het is de ideale strip voor Harry Potter-liefhebbers. De tekeningen zijn fabelachtig mooi, spectaculair en ontroerend tegelijk. Spannend, maar niet eng. Het is een vervolgverhaal, dus wel met deel 1 beginnen. Er zijn intussen drie delen verschenen.

Kinderen in het verzet – Dugomier & Ers, Lombard.
Voor kinderen van 10 tot 12 jaar.

Drie jonge Franse kinderen groeien op tijdens de Tweede Wereldoorlog en maken van dichtbij mee wat het betekent om onder het juk van een bezetter te leven. Zij besluiten zich stilletjes te verzetten: het levert spannende verhalen op waarbij de makers ook de harde realiteit niet uit het oog verliezen. Het levert originele, boeiende en waarachtige verhalen op die de grote vragen beslist niet uit de weg gaan. Anders dan veel strips over WO II wordt het nergens belerend of overdadig educatief. Kinderen in het verzet is juist heel invoelend en doet een beroep op de jonge lezer zelf.

Astrid IJskoud – Fabrice Parme, Matsuoka.
Voor kinderen van 6 tot 9 jaar.
Astrid IJskoud is een prima kinderstrip die op meerdere vlakken uitblinkt. Ten eerste is het heerlijk getekend, in een soort zwierige retrostijl met veel gevoel voor kleur en detail. Maar belangrijker: Astrid is een innemend figuurtje dat kinderen meteen omarmen. Zo heeft ze de branie en het ongeduld van Pippi Langkous en kan ze maar moeilijk stilzitten. De ouders van Astrid zijn schatrijk, het gezin woont in een enorm paleis ergens in New York met personeel en alles, maar toch is Astrid ongelukkig: ze verveelt zich en ze voelt zich alleen. Genoeg reden om eropuit te trekken en het avontuur op te zoeken, al gaat dat niet van een leien dakje. Het kleine meisje versus de grotemensenwereld; af en toe lijkt het op de films van Home Alone. De verhalen leunen sterk op de fantasie en lezertjes kunnen gemakkelijk meevoelen met de dappere Astrid.
Kinderen die vallen voor mevrouwtje IJskoud, moeten ook zeker Koning Snotneus lezen.

Zibeline – Mohamed Aouamri & Régis Hautière, Casterman. Voor kinderen van 6 tot 10 jaar.
Zibeline is een mooi getekende en sfeervolle strip over een junglemeisje dat wordt ontvoerd en terechtkomt in een andere wereld. Ze ontmoet er een stel pratende dieren die haar meenemen naar een gevaarlijke stad om er daar achter te komen hoe ze naar huis kan. Natuurlijk loopt het anders. Zibeline redt de koningsapen en de kwade geestelijken delven het onderspit.
Het verhaal zit goed in elkaar omdat de scènes met een heldere spanningsboog aan elkaar zijn verbonden. De verhaallijn is vriendelijk en spannend, zonder dat het eng wordt. Eerste deel van een veelbelovende reeks.

Douwe Dabbert – Piet Wijn & Thom Roep, L.
Voor kinderen van 8 tot 12 jaar.

Klassieker uit de Donald Duck over een kabouter met een toverknapzak die spannende reizen onderneemt en daar allerlei avonturen beleeft. Laatste deel verscheen in 2001, maar de albums zijn nog steeds goed verkrijgbaar. Vanaf deel 4 zijn de verhalen een perfecte mix van spanning en avontuur, met sprookjeselementen en een vleugje humor. De verhalen rond de windrichtingen zijn misschien wat spannend voor al te jonge kinderen en daarom ideaal om samen te lezen. De perfecte strip voor de regenachtige zondagmiddag, en ook leuk voor papa’s en mama’s.

Hilda – Luke Pearson, Scratch.
Voor kinderen van 6 tot 12 jaar.

Sinds de geweldige tekenfilmserie afgelopen jaar op Netflix verscheen, is Hilda geen onbekende meer. Van het meisje dat kan praten met dieren zijn intussen vijf prachtige albums verschenen, waarvan het eerste een bondig introductieverhaal is. Vanaf deel 2 zijn het leuke, schattige verhalen die niet ingewikkeld zijn. De bladzijdes zijn lekker druk en zijn daarmee ideaal voor creatieve types: ze nodigen uit tot natekenen. Hilda is  een geestig, beetje stuurs karaktertje dat veel kinderen aanspreekt. De boeken zijn mooi uitgegeven, met harde kaft en linnen rug, en zijn daarmee ideale cadeaus.

Oorlog van de Lulu’s – Hautière & Hardoc, Casterman.
Voor kinderen van 10 tot 12 jaar.

Spannende stripserie die speelt in de Eerste Wereldoorlog. Vier weeskinderen, Lucas, Lucien, Luigi en Ludwig, komen er alleen voor te staan en proberen te overleven in een wereld die wordt verscheurd door een gewapende strijd. Veel minder een strip over oorlog dan de titel doet vermoeden; het gaat vooral over opgroeien en vriendschap in moeilijke tijden. De eerste reeks verhalen is gebundeld: een spannende geschiedenis met branie en emotie. De Lulu’s bouwen hutten, verstoppen zich, slaan op de vlucht en bluffen zich door vijandige linies heen. Oorlog van de Lulu’s is een stoer avontuur over waaghalzen onder het motto ‘één voor allen, allen voor één’.

Brammetje Bram – Ryssack, Arboris.
Voor kinderen van 7 tot 12 jaar.
Brammetje Bram is een pienter kereltje dat aanmonstert op het piratenschip De Zeemadelief, een schuit vol onnozele piraten onder aanvoering van Knevel de Killer.
Iedereen is bang voor Knevel, bahalve Brammetje, die bewijst dat je met slimheid heel ver kunt komen. Hij redt de piraten dan ook regelmatig uit de penarie. Het heeft iets weg van Pippi Langkous, behalve dat Brammetje niet extreem sterk is. De verhalen gaan – net als Brammetje en de Zeemadelief – de hele wereld over, ze zijn lekker spannend maar niet eng. Bovendien zijn de strips echt heel mooi getekend.

Lou! – Julien Neel, Glénat.
Voor kinderen van 9 tot 12 jaar.

Stripreeks die je onmiddellijk inpakt door de prachtige, kleurrijke tekeningen en lieve figuurtjes. Toch is de serie over een pubermeisje en haar aparte moeder bepaald geen zoete verhaaltjesserie: de albums hebben wel degelijk diepgang en vooral bijzondere invalshoeken. Geen niemendalletjes, maar leuke, alledaagse avonturen met onderwerpen waar aanstaande pubers kennis van willen nemen: verliefdheid, verdriet en allerlei voortekenen van de grote wereld die op je wacht. De verhalen hebben een heerlijke vaart en zijn lekker actueel. Leg zo’n album op tafel en het blijft niet lang ongelezen.

Roos Vink – Jan Vriends, Syndikaat. Voor kinderen van 10 tot 12 jaar. Je moet even aan de inkleuringen wennen maar daarna weet je: de avonturen van eersteklasser Roos Vink, uit weekblad Tina, zijn ronduit grappig en zeker niet alleen voor meisjes. De éénpaginastrips van Roos Vink zitten vol herkenbare situaties en onderwerpen die bijna-pubers aanspreken, zonder dat het belerend of moralistisch wordt.
Roos is de kleinste brugpieper op de grootste middelbare school van Nederland en heeft het daar behoorlijk zwaar mee. Maar ze is inventief en gaat niet bij de pakken neerzitten. Die combinatie zorgt voor grappige situaties. De strip bestaat al meer dan tien jaar, vanaf nu verschijnen er regelmatig nieuwe albums van deze vriendelijke successtrip.

Nachtwacht – Steve van Bael & Peter van Gucht, Standaard. Voor kinderen van 8 tot 12 jaar. Twee delen zijn intussen verschenen van de stripserie Nachtwacht, die is gemodelleerd naar het gelijknamige telvisieprogramma. Beide delen zijn leuke verhalen die veel slimmer in elkaar steken dan op het eerste gezicht lijkt. Kinderen met een voorliefde voor spannende verhalen, in de hoek van Harry Potter en De Grijze Jager, kunnen hier prima mee uit de voeten: de verhalen van Nachtwacht hebben een helder plot, met luchtige conversatie en genoeg duistere zaakjes die het geheel spannend houden. De drie personages uit Nachtwacht zijn klassiek uitgekozen: ze vormen tezamen een handig drietal dat vanwege de verschillende karakters en gaven het verhaal moeiteloos draaiende houden.

Campbells – Munuera, Dupuis.
Voor kinderen van 9 tot 12 jaar.

Stoere piratenstrip over een gevreesde piraat die na het overlijden van zijn vrouw besluit het roer om te gooien: hij stopt met de piraterij en gaat voor zijn twee dochtertjes, Itaca en Genova, zorgen. Alle goede bedoelingen ten spijt, blijft zijn verleden hem achtervolgen. Steeds weer duiken andere piraten op die proberen het drietal het leven zuur te maken.
Superlekker getekend in een stijl die kinderen aanspreekt vanwege de overenkomsten met veel van de tekenfilms van dit moment. De albums zijn prima los te lezen al hebben ze een min of meer doorgaande verhaallijn.